woensdag 13 maart 2013

Peren, bijen en de teloorgang van de samenhang van de gemeenschap.



Er is een streek in China dat bekend staat om zijn peren en om het feit dat er geen bijen meer zijn. Het Nederlandse programma Zembla besteedde er op 24 januari van dit jaar aandacht aan net als enkele soortgelijke programmas in andere landen. De strekking van de reportage was dat er geen bijen meer waren vanwege het gebruik van pesticiden. Dat blijkt niet helemaal te kloppen.

Hanyuan county ligt in de provincie Sichuan in het oosten van China. Ongeveer 80 % van de bevolking houdt zich bezig met land- en tuinbouw.  Het is van oudsher een agrarische gemeenschap met een sterke onderlinge samenhang. Zoals in de meeste oudere culturen werd het land door de gemeenschap bewerkt en onderhouden. Er werden meerdere gewassen verbouwd en men had ook fruitbomen. Met name perenbomen waren vrij populair. Veel boeren hielden ook bijen.
Perenbomen hebben kruisbestuiving nodig om fruit te kunnen produceren.  In deze streek was vooral de Hanyuan Baili peer populair, maar er waren te weinig andere rassen voor afdoende kruisbestuiving.  Rond 1980 werden er twee andere variëteiten peer geïntroduceerd en dit leidde tot een grotere productie van peren van alle drie de soorten.

In 1983 werd op aanwijzing van de overheid overgegaan op massale aanplant van een andere peren variëteit, de Jinhuali peer. Deze varieteit peer leverde op de makten een betere prijs op dan de oorspronkelijk Hanyuan Baili peer. Het leverde zelfs een betere prijs op dan rijst en tarwe. Dit had als gevolg dat steeds meer boeren Jinhuali perenbomen plantten op plaatsen waar voorheen andere gewassen verbouwd werden. Er ontstond in korte tijd een monocultuur van Jinhuali perenbomen.
Het had ook als gevolg dat er geen reden meer was om met de gemeenschap het land te verbouwen. De boeren werden steeds individualistischer en de samenhang van de gemeenschap brokkelde af.
Door de massale aanplant van de Jinhuali perenbomen plantte men geen andere variëteiten perenbomen.  De perenbomen van de rassen die men nog had staan van voor 1983 of de variëteiten die door enkelingen werden aangeplant bloeiden of vroeger of later dan de Jinhuali peren.  Omdat kruisbestuiving een voorwaarde is voor een goede oogst probeerden men meerdere soorten peren op de bomen te enten. Toen ook dat niet tot het gewenste resultaat leidde, ging men over op bestuiving met de hand met behulp van een veer.

Waar waren de imkers met hun volken?      

Perenbomen leveren de bijen vooral stuifmeel. Het stuifmeel is het voedsel voor hun larven, de volwassen bij leeft van nectar.  Als de imker besluit om zijn bijenvolken te laten vliegen op massaal aangeplante perenbomen, dan moet hij ook een massaal aangeplante op hetzelfde moment bloeiende plant zien te vinden. Anders verhongeren zijn bijen, ook al halen ze voldoende voedsel binnen voor hun larven.  De imkers weigerden ook  om meer bijenvolken voor de perenbomen te telen. Ze moeten voor al die bijenvolken immers de rest van het jaar dezelfde hoeveelheid voedsel elders zien te vinden.  Of dure suiker voor hen gaan kopen.

Psylla
In dezelfde periode dat handbestuiving zo’n succesvolle methode leek te zijn werden de perenkwekers geconfronteerd met een serieuze plaag aan Psylla, bladluis. Het is een typerend probleem bij monocultuur.  Bij een veelzijdige beplanting kan een dergelijke plaag  nooit zulke extreme vormen aannemen.  Om de luis te bestrijden werd er intensief gespoten met pesticiden.  Het spuiten met insecticiden nam toe tot maar liefst 12 keer per seizoen (lente tot herfst).  Uit vrees hun oogsten te verliezen en daarmee hun inkomsten bleven de perenkwekers jaar in jaar uit door gaan met het intensief gebruiken van insecticiden.  De imkers zijn allang weggetrokken naar streken waar geen pesticiden gebruikt worden.  Er leven in de wijde omgeving van Hanyuan county ook geen andere insecten meer die fruitbomen zouden kunnen bestuiven; geen vlinders, geen wilde bijen, geen vliegen, etc.
Ofschoon de boeren wel hebben aangegeven dat ze eigenlijk af willen van het handmatig bestuiven van hun perenbloesem, willen ze ook geen enkele risico lopen hun hogere inkomsten van de Jinhuali peren te verliezen. Het aanplanten van meerdere variëteiten perenbomen en vooral ook ander soorten  van fruitbomen of andere gewassen is voor hen niet langer een optie omdat het ten koste gaat van hun hoge inkomsten.
Dat de natuur en de gemeenschap een prijs betalen voor hun duurdere levenstijl is irrelevant voor hen.

Tom Verhoeven
Auvergne, lente 2013

Geen opmerkingen:

Een reactie posten