zondag 18 oktober 2015
Weird People
Laten we wel wezen; de meeste mensen zijn grosso modo hetzelfde. Dezelfde emotionele reacties op gebeurtenissen in hun leven, dezelfde angsten, dezelfde verlangens, dezelfde voorkeuren, dezelfde smaak, dezelfde mening. De meeste mensen willen ook dat de ander hetzelfde is want we zijn allemaal gelijk. Het maaiveld moet wel gelijkmatig gezeisd zijn. Scholing is dan ook standaard en aan het eind doet iedere leerling een standaard test. Om vervolgens een baan aan te nemen waar elke dag er hetzelfde uitziet als de vorige en de volgende. Zelfs het patroon van trouwen, kinderen krijgen, scheiden, hertrouwen met iemand anders verschilt nauwelijks met datzelfde patroon van de buren. Zelfs de woningen zien er hetzelfde uit, want iedereen koopt bij Ikea zijn keuken, zijn meubels, zijn pannen - en iedereen gaat naar Intratuin voor dezelfde struiken en plantjes.
Mensen zijn de ideale consumenten; saai en voorspelbaar.
Dat maakt de buitenbeentjes zo bijzonder, die ene uitzonderlijke ambachtsman, die ene man die nergens geaccepteerd lijkt te worden, die zonderlinge schrijver, die verzamelaar van vreemde objecten, de man die ernstig ziek is maar het goed verborgen weet te houden, de heremiet, de oude man die nog steeds zo leeft als hij zestig jaar geleden deed, de gevoeligen en de gekwetsten, de alleengaanden, de vergetene ...
Het zijn deze uitzonderingen die dichter bij het echte leven staan. Een ontmoeting met hen is een gebeurtenis die je bij blijft. Een aanraking met hen maakt dat je zelf voorgoed veranderd bent.
Tom Verhoeven
Auvergne, herfst 2015
dinsdag 22 september 2015
Noem het een Wet van Leven
"There was a farmer who grew excellent quality corn. Every year he won the award for the best grown corn. One year a newspaper reporter interviewed him and learned something interesting about how he grew it. The reporter discovered that the farmer shared his seed corn with his neighbors. “How can you afford to share your best seed corn with your neighbors when they are entering corn in competition with yours each year?” the reporter asked.
“Why sir,” said the farmer, “Didn’t you know? The wind picks up pollen from the ripening corn and swirls it from field to field. If my neighbors grow inferior corn, cross-pollination will steadily degrade the quality of my corn. If I am to grow good corn, I must help my neighbors grow good corn.”
So is with our lives... Those who want to live meaningfully and well must help enrich the lives of others, for the value of a life is measured by the lives it touches. And those who choose to be happy must help others find happiness, for the welfare of each is bound up with the welfare of all...
-Call it power of collectivity...
-Call it a principle of success...
-Call it a law of life.
The fact is, none of us truly wins, until we all win!!"
Dit verhaal vond ik op internet en deelde het met een
FB-groep die over zelfvoorzienend leven
gaat. Er waren veel mensen die de knop “like” indrukten, maar de reacties die
mensen gaven toonden dat niet iedereen de strekking van het verhaal had
begrepen. Men begreep de connectie met
zelfvoorzienend ook niet.
Nu is zelfvoorzienend zo’n begrip dat op verschillende
manieren begrepen zou kunnen worden. We
zouden het letterlijk kunnen opvatten;
het is een methode waarmee ik zelf in mijn basis behoeftes voorzie. Het gaat om mij, als individu. Er blijken nogal
wat mensen te zijn die een voorkeur hebben voor deze omschrijving, ze
beschouwen zichzelf als een einzelgänger, een lone wolf, een eenzame cowboy die een zakkende zon
tegemoet rijdt, een “Dirty Harry”, kortom een individualist. Niet zelden gaat
het om mensen die ook een grote belangstelling hebben voor “off the grid”
leven, voor jacht en of om “preppies”die zich voorbereiden op een naderende
wereldramp en zich daar op verschillende manieren op voorbereiden. Het is niet alleen dat ze het gevoel hebben
dat ze er alleen voor staan, ze zien de ander ook als opponent.
Een mildere variant weerspiegelt het neoliberale
gedachtengoed; we moeten het ieder voor onszelf zien te redden. Zelf met alle denkbare middelen voldoende
geld verdienen om je eigen huis, je eigen tuin te kunnen aanschaffen zonder
rekening te hoeven houden met de behoeften van andere of de overheid, zonder
rekening te houden met morele bezwaren. Wie dat niet lukt heeft pech gehad.
Er bestaat ook een consumenten variant; geheel
zelfvoorzienend je eigen zeep leren maken, maar alle ingrediënten middels
internet aanschaffen. Cursussen volgen
die je een goed zelfvoorzienend gevoel geven waarna je thuis in je
doorzonwoning of tweekamerflat nageniet met een bakje Nespresso (what else).
Dan zijn er ook mensen, en hun aantal neemt helaas toe, die
noodzakelijkwijs steeds meer zelfvoorzienend leven. Ze hebben geen geld om
allerlei luxe benodigdheden aan te schaffen.
En mensen die er vooral een manier in zien om zelf
aan goed gezond voedsel te komen door het zelf te verbouwen. En/of een manier om een eigen huis te bouwen.
Het gaat hen vaak meer om een pragmatische aanpak.
De laatste twee benaderingen staan samenwerking met anderen niet
in de weg. Dus in plaats van zelfvoorzienend zou je ook kunnen spreken van
samenvoorzienend.
Voor sommigen betekent dit dat ze ook het liefst in groepen van
gelijkgestemde geesten willen leven waarin gezamenlijk gezorgd wordt voor de
basisbehoeftes.
In de reacties op het artikel kwam daarom de tegenstelling
tussen individualisme en leven in een groep herhaaldelijk naar voren.
Andere reacties bestonden uit de bekende stokpaardjes die
mensen weer van stal haalden, ook al hadden ze voor het onderwerp geen enkele
relevantie, en de gebruikelijke dooddoeners van New Age piekeraars; “het is
zoals je het zelf ervaart”, “het is waar je je goed bijvoelt”, “het is wat jij
wilt dat het is”.
Tenslotte waren er de mensen die in het verhaal of de
inleiding dogma’s meende te moeten lezen. Ik ben, maar dit geheel terzijde, op
internet nog nooit iemand (filosofen niet meegerekend) tegengekomen die begreep
wat het woord dogma echt betekende. Zie
dat het woord wel steeds vaker gebruikt wordt, maar zelden in de juiste
betekenis.
De anecdote;
Het verhaal vertelt niet of de boer die jaarlijks zulke
uitstekend graan verbouwt alleen leeft of met een gezin. Het is ook niet duidelijk of hij geheel
zelfvoorzienend is of daadwerkelijk samenwerkt met andere boeren. De controverse individualist versus groep is
feitelijk niet aan de orde.
Waar het om gaat is dat de boer inziet dat eigenbelang
hetzelfde is als het belang van zijn buren – er is geen tegenstelling. In wezen is dit hoe de natuur werkt.
In de moderne samenleving speelt het eigenbelang een grote
rol zonder dat er oog is voor de grotere verbanden. Juist dat maakt de levensstijl
van de huidige generaties zo destructief. Het verhaal van de graan verbouwende boer laat
een ander filosofisch inzicht zien. Maar blijkbaar een waar in ieder geval zelfvoorzienende
mensen moeite mee lijken te hebben.
Tom Verhoeven
Auvergne, zomer 2015
maandag 7 september 2015
Het leven is makkelijker als je leert te denken !
Ieder mens heeft zo zijn eigen talenten. Of ontbeert bepaalde
talenten. Niet iedereen kan goed schilderen, musiceren, hardlopen, schaken, jongleren,
schaatsen, klussen, of beeldhouwen.
Ook voor goed denken geldt dat niet iedereen er even goed in
is. Vrij veel mensen hebben moeite om hun gedachten structuur te geven en
logisch te formuleren. Zelfs de aanhoudende
stroom van gedachten in hun hoofd lijkt alle kanten op te gaan en dat is te
merken als ze hun gedachten in woord of geschrift uiten.
Het tegenovergestelde doet zich ook vaak voor; mensen laten
zich gemakkelijk leiden door vooringenomen opvattingen die een open manier van
denken over de werkelijkheid in de weg staan.
Daar komt bij dat mensen zich vaak laten leiden door
emoties, het sentimentele gevoel dat ze koesteren over een specifiek onderwerp of
dat ze bij zich oproepen door het kijken naar beelden met een voor hen hoog zieligheidsgehalte.
Kritiek op zulk soort opvattingen wordt vrijwel
direct ervaren als een persoonlijke aanval.
Denken zonder emoties is niet echt mogelijk, maar je
uitsluitend laten leiden door emoties staat elke vorm van denken in de weg.
Net als de hier boven aangehaalde vaardigheden is denken een
ambacht, het is een vaardigheid die je je eigen moet maken, die je moet
oefenen, die zelfreflectie vergt en studie. Je moet zoals Aristoteles al aanbeval in staat
zijn een gedachte te overwegen zonder deze onmiddellijk als waar te accepteren.
Misschien omdat mensen niet goed kunnen denken dat ze
daardoor tot de conclusie menen te moeten komen dat er iets mis is met het denken
zelf. Dat niet zij zelf, maar het denken
het probleem is.
Een grotere en meer dwaze gedachte is haast niet denkbaar.
Tom Verhoeven
Auvergne, zomer 2015
zondag 30 augustus 2015
Mening - geen mening;
Deze week reageerde iemand heftig op het woord “Angelsaksisch”
dat ik toepaste op een beschrijving van het neoliberalisme. Het is eigenlijk
een vrij neutrale term dat toepasbaar is op alle culturele uitingen; van
Angelsaksische gastronomie tot Angelsaksische literatuur. Zo zijn er duidelijke
verschillen tussen Angelsaksische filosofie ( meer liberaal, meer individualistisch)
en de filosofie van het Europese vasteland (meer sociaal, meer idealistisch,
meer existentialistisch, etc.). Het is een term die beschrijvend is en waar
geen oordeel uit spreekt. De man die zo heftig reageerde vatte het echter
anders op. Hij zag het als een duiding van zijn etnische achtergrond en als een
persoonlijke aanval op zijn volk (“wij Angelsaksen”). Om vervolgens met enkele voorbeelden van
filosofische hoogtepunten van de Angelsaksische traditie te komen; de” Magna Carta” en de “Declaration of Independence”
.
De Magna Carta is een historisch belangrijk document dat
gezien wordt als een eerste poging om de absolute macht van de Engelse monarch
te beperken. Een mislukte poging overigens, de toenmalige koning John, broer
van Richard Lionheart, heeft alle ondertekenaars van het document om laten
brengen. De Magna Carta is als zodanig echter geen filosofisch geschrift.
De Amerikaanse Verklaring van Onafhankelijkheid bevat wel
een retorische uiteenzetting over onafhankelijkheid, geluk en de rechten van
mensen, maar het maakt slechts een relatief klein deel uit van de Verklaring. Het
bevat ook een rechtvaardiging van het houden van slaven en de ondergeschiktheid
van de oorspronkelijke inheemse bevolking.
In die zin weerspiegelt de tekst het Angelsaksische liberale
gedachtengoed van die tijd. Een hoogtepunt in de filosofie is het echter niet
te noemen.
Ik probeerde aan te geven dat het mij niet ging om een
oordeel, maar om een verschil aan te duiden tussen Angelsaksische filosofie en
de filosofie van het Europese vasteland (continentale filosofie, een losjes gehanteerde
term omdat het een eenheid suggereert die er niet is). Hij eiste mijn definitie van continentale
filosofie. Ik verwees hem naar “Google”.
Een dag later bleek hij Google inderdaad gebruikt te hebben
en zijn conclusie was dat continentale filosofie obscuur, troebel en arrogant
was. De kortste samenvatting van het werk van Kierkegaard, Kant, Nietzsche,
Hegel, Rousseau, Marx, Voltaire en de Montagne die ik ooit heb gelezen.
De man bleek duidelijk geen historische of filosofische
achtergrond te hebben. Maar dat belemmerde hem geenszins om in al zijn onwetendheid
en ongeïnformeerdheid een opinie te uiten en zelfs mensen persoonlijk aan te
vallen die uitspraken deden die hem onwelgevallig waren.
Hij bleek een van die mensen te zijn die meenden dat
onwetendheid gelijkwaardig is aan kennis en vaardigheid.
En dat zijn mening altijd gelijkwaardig is aan de mening van
een ander. Of erger nog; de uitleg van de ander “is ook maar een mening”.
Misschien komt het ook door het medium van internet en
facebook, maar ik kom dit soort opvattingen steeds vaker tegen.
Iemand meende: “Of we nu in 60.000 jaar of in 6000 jaar zijn
ontwikkeld tot de moderne mens maakt niet uit…” Waarop een uiteenzetting volgde
over buitenaardse Aliens die de planeet Aarde hadden bereikt. Het maakt natuurlijk wel degelijk uit. Het een
is gebaseerd op een wetenschappelijke theorie die aan de hand van artefacten
aangetoond is en de andere bewering duidt op een christelijke geloofsopvatting. Het lijkt er steeds meer op dat mensen moeite
hebben om een onderscheid te maken tussen wat ze geloven; “Sinterklaas” en de
werkelijkheid; de acteur Stefan de Walle.
De wereld lijkt in de beleving van sommige mensen een sprookje waarin
betekenissen gegeven worden aan onbeduidende gebeurtenissen of symbolische
waarden toegekend worden aan nietszeggende woorden en beweringen (“deepities” –
oppervlakkige betekenisloze uitspraken waarin men iets diepzinnigs wil lezen of
horen).
Een krantenbericht maakt melding van een voorval van
vergiftiging door het eten van een zelf gekweekte courgette. In gewassen als courgettes, komkommer, augurken,
pompoenen e.d. kan inderdaad het gif cucurbitacine voorkomen. Bij de meeste rassen is dit er al lang geleden
uit gekweekt, maar bijvoorbeeld bij sierkalebassen niet. Wie onwillekeurig
kruisbestuiving toepast en de zaden daarvan het volgende seizoen gebruikt loopt
dus wel degelijk het risico een giftige courgette of pompoen aan te treffen.
Een stukje proeven vertelt je meteen of dit het geval is, want het gif maakt
dat de vrucht bitter smaakt.
Bizar genoeg zijn veel reacties op het krantenbericht die
van ongeloof. Het kan niet waar zijn dat groente uit eigen tuin (“puur natuur”)
giftig zou kunnen zijn. Lezers zien er propaganda van overheid, de media en
uiteraard Monsanto in. “Geloof niet alles wat je leest” is het advies van
sommigen die overduidelijk weinig lezen.
Zelfs bij een uiterst zeldzaam voorval als deze zien mensen een
complottheorie.
Het idee dat alles uit de natuur per definitie gezond en
voedzaam is of erger nog geheel zonder gevaar is, is een hardnekkig bijgeloof
dat al voor veel ellende gezorgd heeft.
Soms lijkt het wel alsof de wereld in twee kampen verdeeld is; de ene
partij is bezig om de natuur systematisch te vernielen en de andere partij hangt
een zweverige romantische doctrine van de goedheid van moedertje aarde aan
zonder oog te hebben voor de gevaren van de natuur. En geen van beiden zijn bereid te luisteren
naar de echte natuurkenners.
Waarom staan mensen met een ongefundeerde mening niet open voor kennis die hun mening
weerlegt of hen andere, betere inzichten in dezelfde materie kunnen geven?
Een probleem is onze egalitaire cultuur; zoals hier boven al
vermeld denken mensen dat hun mening gelijkwaardig is aan die van ieder ander.
Dat de ander een autoriteit op zijn vakgebied is doet er niet toe (zoals menige
medisch specialist of universitair docent kan bevestigen), dat de mening niet
logisch gemotiveerd en onderbouwd is doet er evenmin toe (meestal is men niet
bekend met logische redenaties), en zelfs als de wetenschappelijke feiten heel
iets anders aantonen maakt dit geen enkel verschil – men blijft vasthouden aan de
eigen mening.
Er speelt nog een ander probleem. De wijze waarop de meeste mensen over de
meeste dingen nadenken is een proces dat rationaliseren of gemotiveerd
redeneren noemen. Dat wil zeggen dat mensen eerst kiezen wat ze willen geloven
(aannemen, menen) en vervolgens naar redenen zoeken om uit te leggen waarom ze het
geloven. Psychologisch onderzoek lijkt
er op te duiden dat dit de normale manier is waarop het menselijk brein werkt.
Het gevolg is dat mensen informatie die hun mening ondermijnt bij voorbaat al
ter zijde schuiven en in plaats daarvan telkens kiezen voor informatie die hun
mening bevestigd (Confirmation Bias).
Ons denkvermogen lijkt eerder afgestemd te zijn op het verdedigen wat we
al geloven, en niet op het streven naar
een werkelijk beter begrijpen van de wereld en de werkelijkheid om ons heen.
De wetenschappelijke methode is natuurlijk ondersom. Eerst
wordt er een theorie ontwikkeld en daarna wordt er geprobeerd om deze theorie
te weerleggen.
Toch blijken ook wetenschappers niet geheel gevrijwaard van
het fenomeen confirmation bias.
Denken is een ambacht,
en goed nadenken vergt dagelijks oefening zodat je op zijn minst je
eigen vooringenomenheden leert herkennen.
Niet het vasthouden aan bestaande meningen is doorslaggevend, maar het
loslaten van vastgeklonken gedachten om ruimte te geven aan nieuwe inzichten. Wie
vasthoudt aan een mening probeert iets te behouden, een dogma, een doctrine, dat gedoemd is verloren te gaan. Als denken een ambacht is dan is het als
varen met de wind in de zeilen, het vergt aandacht om te voorvoelen waar de stroom
heen leidt.
Tom Verhoeven
Auvergne, zomer 2015
woensdag 29 juli 2015
Warré Bijenkast
Er zijn verschillende bijenkasten te verkrijgen. In
Nederland is de spaarkast populair en relatief goedkoop in aanschaf. In Frankrijk is de Dadant kast het meest
populair. Het zijn veelzijdige kasten die in verschillende formaten (vijf
ramen, zes ramen, tien ramen, twaalf ramen) verkrijgbaar zijn. Ook de Langstroth bijenkast is gewild. In
beide gevallen gaat het om bijenkasten die van oorsprong in Amerika zijn
ontwikkeld. Mijn keuze is gevallen op
een originele Franse bijenkast; de Warré bijenkast.
Al sinds de tijd van Karel de Grote werden er in de tuinen van kloosters bijen
gehouden. Er zijn tegenwoordig minder
kloosters en daardoor ook minder monniken die imkers zijn, maar onder de ware
kenners van het bijenhouden van de afgelopen eeuw vinden we nog veel monniken.
Een daarvan was Abbe Eloi François Emile Warré (1867 – 1951). In zijn tijd was er
een terugval in het houden van bijen. Warré experimenteerde met zo’n 350
verschillende bijenkasten om tenslotte tot een eigen ontwerp te komen dat
eenvoudig in gebruik was, bijvriendelijk was, goedkoop zodat juist mensen met
minder geld zo’n kast konden aanschaffen of zelf maken, en dat desgewenst een
voldoende extra honing opleverde voor de imker. Het ontwerp kreeg de naam Ruche
Populaire (volks bijenkast) – verwijzend zowel naar het bijenvolk als naar een
kast voor iedereen. Hij beschreef de bijenkast uitvoerig in zijn boek
“L’Apiculture Pour Tous” (Bijenhouden voor iedereen).
De Warré bijenkast is gebaseerd op het principe van
natuurlijk bijenhouden. De imker laat het bijenvolk zoveel mogelijk met rust en
zou zelfs kunnen volstaan met het slechts een keer per jaar openen van de
bijenkast.
Waar andere bijenkasten gebruik maken van ramen waarin een
ijzerdraad is gespannen om er een kunstraat aan vast te smelten, daar gebruikt
de Warré bijenkast slechts latten die voorzien worden van een laagje was.
De bijen maken zelf de raten aan deze latten. De kunstraat
heeft een standaardmaat en de bijen zullen zich aanpassen bij het verder
uitbouwen van hun raten. Omdat de Warré kast geen kunstraat heeft kan het zijn
dat de raten die de bijen maken verschillen van formaat.
In elke kamer is ruimte voor acht raten – dat maakt de Warré
bijenkast gemiddeld iets kleiner dan bijvoorbeeld de Dadantkast (10 – 12 ramen).
De Warré bijenkast kan voorzien worden van kleine glazen vitrines
waardoor men de ontwikkeling van het volk binnen de kast kan volgen. Het voordeel van de vitrines is dat het niet
nodig is om de kasten te openen om het volk te kunnen bestuderen. Dat betekent minder stress voor de bijen en –
een belangrijk punt voor Abbé Warré – behoud van warmte in de kast.
Het bijenvolk begint te bouwen in de bovenste kast. Als het
de latten van de volgende kast heeft bereikt begint het vervolgens in die kast
te bouwen.
Wanneer het bijenvolk zich goed ontwikkelt dan kan het nodig
zijn om de kast uit te breiden. De imker doet dit door aan de onderkant er een
kamer aan toe te voegen. Door het
telkens toevoegen van een nieuwe kamer aan de onderzijde, krijgt de Warré
bijenkast met een groot volk iets weg van een toren in het landschap.
Aangezien de bijen van nature het broednest beneden en de
honingvoorraad boven willen, zullen de bijen al bouwende hun broednest naar
beneden migreren zodat kastdelen bovenin uiteindelijk alleen honing bevatten.
Wanneer er voor wordt gekozen om honing te oogsten, dan kan
deze in tegenstelling tot het werken met ramen, niet geslingerd worden. De
honingraten worden geperst. Er kunnen dus ook geen ramen met was teruggeplaatst
worden of geplaatst worden bij een ander bijenvolk zoals de meeste imkers dat
gewend zijn. Dat lijkt een nadeel, maar
een belangrijk voordeel is dat eventuele
sporen van ziektes e.d. niet met de honingraten kunnen worden overgebracht naar
een ander volk.
Zoals al aangegeven is de warmte in de bijenkast is een
belangrijke overweging voor Abbe Warré. Het is een van de redenen waarom hij de
bijenkast zo min mogelijk wil openen.
Voor het behoud van de warmte plaatst hij boven op de kast een
isolatielaag van natuurlijk materiaal. Dit kan vilt zijn, houtsnippers, papier,
etc.
De methode van Abbe Warré is vergelijkbaar met de
traditionele Japanse methode. Belangrijk verschil is wel dat de Japanse Apis
cerana zwermgraag is, terwijl de
Europese bij minder vaak wil zwermen. Het
Japanse bijenvolk is ook kleiner dan het Europese bijenvolk.
Klein opvallend detail; waar Abbe Warré nog aanbeveelt de
bijen met rook naar beneden te krijgen, trommelt de Japanse imker op de bovenzijde
van zijn bijenkast. De trillingen maken dat de bijen naar beneden gaan. Eens kijken of dat bij de Europese bij ook zo
werkt.
Voor nu staan er twee Warré bijenkasten klaar voor bewoning.
Dat geeft me tot het voorjaar de tijd om aanvullende kamers te bouwen en te
werken aan een derde kast waarvoor ik al een dak klaar heb liggen.
En dan zal ik het boek van Abbé Warré grondig moeten
doornemen, want deze methode van bijenhouden is anders dan ik het gewend ben of
geleerd heb tijdens de opleiding.
Het belooft een heel spannend nieuw voorjaar te worden !
Tom Verhoeven
Auvergne, zomer 2015
Abonneren op:
Posts (Atom)


