zaterdag 13 oktober 2012
Aimeedis Art & Design
Voor vormgeving van drukwerk en websites, tekst en argumentatie, powerpoint presentaties en opzetten van workflow.
Ik probeer mijn pen...
De pen is de tong van de geest.
Miguel de
Cervantes 1547 - 1616
Het is een
tendens die al werd gesignaleerd ten tijde van de typemachine, maar vooral met
de mogelijkheden die de computer ons biedt zien we dat handgeschreven teksten zeldzamer worden. En dat is jammer, omdat een handgeschreven
tekst toch meer persoonlijk aan doet. De tekst is heel gericht aan jou en jou
alleen. Een email leent zich er ook voor
om door te sturen aan anderen, te kopieeren of zelfs te manipuleren. Sterker nog, wie zegt dat de email van een
echte persoon afkomstig is? Geheel
onwetend kun je wel deelnemen aan een versie van de Turing-test.
Er zijn zo van
die handschriften die ik koester; het dagboek van mijn grootvader, brieven en
kaarten van familie, vrienden en van mijn leermeesters. Zelfs door de auteur gesigneerde boeken
krijgen een apart plekje in mijn boekenkast. Daarnaast heb ik nog wat handschriften
die niet persoonlijk aan mij gericht waren. Dagboeken van onbekenden, een kunstig
gemaakt boekwerk over een huwelijksviering – er zitten zelfs wat
Sinterklaasgedichten bij. Al die mensen hebben ooit de moeite genomen om hun
gedachten en gevoelens zo goed mogelijk
op papier te krijgen. En daarvoor
gebruikten ze als gereedschap pen en inkt, een vulpen of een balpen.
Zelf ben ik van
een generatie die leerde schrijven met pen
en inkt. De schooltafel waar ik aan zat was voorzien van een ingebouwd
inktpotje, dat regelmatig met een grote fles inkt werd bijgevuld. Op school had ik een rechte penhouder met een
recht pennetje. Maar thuis kreeg ik een
taps toe lopende penhouder met een kroontjespen. Na een paar jaar kregen we op school allemaal
een balpen en werd het gebruik van pen en inkt afgeschaft. Om toch een beetje hetzelfde gevoel te houden
begon ik later met het schrijven met een vulpen. En nog steeds vind ik een met
vulpen handgeschreven tekst eigenlijk mooier dan een handgeschreven tekst met een balpen.
Het woord pen is
afgeleid van het Latijn “penna” dat oorspronkelijk alleen de betekenis had van
veer. Het oorspronkelijke Latijnse woord
voor een gereedschap om mee te schrijven was “stilus”, hetgeen zoveel betekent als
staak of stok. Tot in de Romeinse tijd
werd er voor het schrijven gebruik gemaakt van wastabletten. Om daarin te
kunnen schrijven was een houten stokje voldoende, inkt werd er immers niet
gebruikt. Dit veranderde met het gebruik
van perkament en papyrus. De teksten werden hierop met inkt aangebracht met een
rieten pen of met een pen gemaakt van de eerste grote veren van de
linkervleugel van ganzen – voor vettere teksten werden zwanenveren gebruikt en
voor fijnere teksten kraaienveren. In tegenstelling tot wat we tegenwoordig op
veel afbeeldingen zien werd de schacht van de pen kaal gesneden. Het is wel
even mode geweest om nog een puntje van de veer zichtbaar te houden. Maar de veer helemaal in tact houden werkt
niet handig. De pen slijt door gebruik en moet telkens aangescherpt worden. De
veer zit dan telkens in de weg. Vanwege het gebruik van de veer als pen kreeg
in het Latijn het woord “penna” steeds
meer de betekenis van pen als schrijfinstrument. In het Oud-Frans werd het
overgenomen als “penne” en in de loop der tijd werd dit in het Nederlands (en
het Engels) pen. In het moderne
Frans gebruikt men het woord “penne” weer voor veer, terwijl het woord “plume” gebruikt wordt voor pen, zoals in “ nom de
plume” (pennaam, pseudoniem) of guerre de plume (pennenstrijd, polemiek).
Tom Verhoeven
Auvergne, herfst
2012
Iets heel anders over de pen (stylo):
http://www.lemonde.fr/sciences/article/2012/10/11/quand-la-vie-ne-tient-qu-a-un-stylo-bille_1773979_1650684.html?xtmc=bic&xtcr=1
Iets heel anders over de pen (stylo):
http://www.lemonde.fr/sciences/article/2012/10/11/quand-la-vie-ne-tient-qu-a-un-stylo-bille_1773979_1650684.html?xtmc=bic&xtcr=1
donderdag 11 oktober 2012
donderdag 4 oktober 2012
As you like it
The fool doth think he is wise,
But the wise man knows himself to be a fool
All the world's a stage,
And all the men and women merely players:
They have their exits and their entrances;
And one man in his time plays many parts,
His acts being seven ages. At first, the infant,
Mewling and puking in the nurse's arms.
And then the whining school-boy, with his satchel
And shining morning face, creeping like snail
Unwillingly to school. And then the lover,
Sighing like furnace, with a woeful ballad
Made to his mistress' eyebrow. Then a soldier,
Full of strange oaths and bearded like the pard,
Jealous in honour, sudden and quick in quarrel,
Seeking the bubble reputation
Even in the cannon's mouth. And then the justice,
In fair round belly with good capon lined,
With eyes severe and beard of formal cut,
Full of wise saws and modern instances;
And so he plays his part. The sixth age shifts
Into the lean and slipper'd pantaloon,
With spectacles on nose and pouch on side,
His youthful hose, well saved, a world too wide
For his shrunk shank; and his big manly voice,
Turning again toward childish treble, pipes
And whistles in his sound. Last scene of all,
That ends this strange eventful history,
Is second childishness and mere oblivion,
Sans teeth, sans eyes, sans taste, sans everything.
Het blijft een plezier om werken van Shakespeare te lezen of liever nog uitgevoerd te zien. Blijf het ook leuk vinden om af en toe een oude editie van een van zijn stukken te vinden, een kaartje te ontvangen met daarop een van zijn sonnetten, met een foto van een theater-uitvoering of zoals hier met een boekomslag.
Tom Verhoeven
Auvergne, herfst 2012
donderdag 20 september 2012
Als de bij sterft volgt de mensheid binnen vier jaar...
NRC next checkt publiceert
op 18 september een artikeltje over bijen. Uitgangspunt is een uitspraak die toegekend
wordt aan Albert Einstein (volgens anderen aan Rudolf Steiner); “Als de bij uitsterft,
dan volgt de mensheid in vier jaar”.
Het is voor zover
ik weet geen citaat uit een van zijn publicaties maar wellicht een mening die hij
uitsprak in aanwezigheid van iemand met een vlotte pen. Sindsdien is de uitspraak een beetje een
eigen leven gaan leiden en schijnen de meningen te verschillen over het aantal
jaren dat de mensen nog te gaan hebben na het verdwijnen van de bij.
Aanvankelijk had iedereen het over vier jaar, maar tegenwoordig zie ik
publicaties die vijf jaar, tien jaar vermelden of zoals hier NRC Next 2 jaar.
Persoonlijk
meende ik altijd dat de uitspraak overdrachtelijk bedoeld was. Einstein gaf
uitdrukking aan de samenhang tussen mensen en bijenwereld. De een kan niet
zonder de ander. Ik denk niet dat Einstein
daarbij een specifieke bij mee in gedachten had, maar zoals we dat in alledaags
taalgebruik bedoelen duidde op de bijen als geheel.
Dat maakt de
opdeling die gemaakt wordt in het artikel al een beetje eigenaardig. Een hommel hoort net als alle andere bijen
tot de familie der bijen (Apidae). Ook de wilde bij is gewoon een bij.
In het artikel wordt terloops
gesuggereerd dat er weinig onderzoek is gedaan naar de bijen, “naar de wilde bij
is nog minder veel minder onderzoek gedaan”. Dit is feitelijk niet juist, de bij
is het meest onderzochte insect dat we kennen. Het punt is dan ook niet zozeer
dat we te weinig afweten van de bij of dat er te weinig onderzoek gedaan wordt
naar de bij, als wel dat we geconfronteerd worden met een opeenhoping van
problemen die we in het verleden niet kenden. Die problemen zijn alleen nog
maar aan het toenemen – denk bijvoorbeeld aan de Aziatische hoornaar die
Nederland nadert. En voor de meeste problemen geldt dat we er of geen adequate
oplossing voor hebben of dat we niet kiezen voor die oplossing, zoals stoppen
met het maaien van bermen en andere plekken waar wilde planten een kans krijgen
of het stoppen van het overdadige gebruik van insecticiden.
Zonder
uitzondering kampen alle bijensoorten met grote problemen. De suggestie dat het
probleem met bestuiving van gewassen opgelost kan worden door andere bijen in
te zetten is per definitie onzin. De honingbij is de meest veelzijdige en
effectieve bestuiver. Indien de temperatuur gunstig is kan de honingbij al actief
gezien worden vanaf februari -maart. Dan is er nog lang geen wilde bij in
beeld. De honingbij is bovendien
effectief door de grootte van elk volk. Een bijenkast bevat gemakkelijk 30.000
honingbijen, vaak zijn het er veel meer. Dat maakt het bestuiven van grote
percelen met fruitbomen of –struiken een stuk eenvoudiger dan wanneer we zouden
moeten werken met hommels, of
wanneer we afhankelijk zouden zijn van wilde bijen die solitair leven.
Hoe veelzijdig
ook, de honingbij blijkt toch voorkeuren te hebben in de keuze van bloemen. Zo
vliegt de honingbij niet op de bloemen van tomatenplanten. De hommel
daarentegen wel. Maar dat betekent niet dat we het kunnen veralgemeniseren naar
“kasgroenten worden bestoven door hommels die dat beter doen”. Wilde bijen hebben net als vlinders overigens
vaak een nog veel specifiekere voorkeur. Zo vliegen sommigen uitsluitend op
composieten, goed voor de zonnebloemen, niet zo goed voor de aalbessen. En dan
zijn er de echte specialisten; zij vliegen slechts op een soort bloem. De
klokjesbij vliegt zoals de naam al aanduid, alleen op de campanula en zal
eerder uitsterven dan te vliegen op een appel of een citroen.
We weten dat
bijna 80% van de wereldvoedselgewassen afhankelijk zijn van dierlijke
bestuivers. Dat zijn niet altijd bijen of meer specifiek honingbijen – er bestaat
bijvoorbeeld een vleermuis die bloemen bestuift. Alleen komt dat soort vleermuizen
niet voor in Nederland of elders in Europa. Hier zijn we toch echt afhankelijk van insecten
zoals de honingbij, de wilde bij, de hommel, vlinders, etc. Dat het met de vlinders niet goed gaat mag als
algemeen bekend worden veronderstelt.
Ruim zestig procent van de Nederlandse wilde bijen is zeldzaam geworden
of inmiddels uitgestorven. En ook de hommel blijkt het heel moeilijk te hebben.
Zeker als we het
omslaan naar gewicht dan zouden we kunnen argumenteren dat de hoofdmoot van de
gewassen die ons voedsel leveren niet bestoven wordt door bijen. Maar dat zou
een drogredenering zijn. Natuurlijk als we naar onze maaltijd kijken dan is het
hoofdbestanddeel pasta of rijst,
producten die voortkomen van planten die gebruik maken van windbestuiving. Maar dat maakt de andere bestanddelen niet minder
belangrijk; zoals groenten, fruit of de olie die gebruikt wordt als dressing of
om mee te bakken of braden. Al deze producten zijn afkomstig van door bijen bestoven planten en
zijn essentieel voor ons. Het zijn juist deze producten die ons als mens van mineralen
en vitaminen (en nog veel meer) voorziet. We kunnen niet leven van pasta of
rijst alleen.
Het artikel dat
veel te eenzijdig informeert en geschreven is door iemand die zelf geen enkele
ervaring met bijen heeft (imkeren zou een verplicht vak op school moeten
worden) stevent af op een conclusie die de stelling waar het artikel mee begon
als onwaar bestempelt.
Maar dat is
eigenlijk niet zo relevant. De conclusie die daar voor genoemd wordt is waar
het in feite om gaat:
”Op de vraag of
het volledig uitsterven van de bijen een ramp zou zijn voor de
wereldvoedselvoorziening is het antwoord ‘ja’. De productie zou naar schatting
met 10 procent teruglopen, wat op veel plekken in de wereld tot schaarste zou
leiden. Bovendien zou de variatie in het voedselaanbod flink afnemen, omdat
groente en vooral fruit voor een belangrijk deel afhankelijk zijn van
bestuiving door bijen”.
Tom Verhoeven
Auvergne, herfst 2012
Artikel: NRC Next,
Next checkt, als de bij uitsterft volgt de mens binnen twee jaar, door Wilmer
Heck. 18 september 2012
dinsdag 21 augustus 2012
vrijdag 17 augustus 2012
Filosofische Test
Een filosofische test is geenszins te vergelijken met een psychologische test. Het is al lastig genoeg om een zinvolle conclusie te trekken uit een psychologische test, met een filosofische test is het nog moeilijker.
Een filosofische test
vertelt meestal weinig meer dan dat je wel of niet serieuze belangstelling hebt
voor filosofische vraagstukken of dat je al enige filosofische kennis of
vaardigheid hebt opgedaan. In een enkel geval geeft een filosofische test je
een leidraad in het gedachtengoed van historisch invloedrijke filosofen. Vaak
zijn we ons zelf er niet bewust van hoezeer we in ons denken beinvloed zijn
door de filosofische overwegingen of conclusies van slechts enkele filosofen.
Dit is een
eenvoudige filosofische test voor scholieren die vooral gaat over de vraag of
filosofie je aanspreekt.
Dit is een leuke
niet al te diepgaande test over je mogelijk meest aansprekende filosoof. In de
test gaat het om twaalf bekende filosofen. Aan het eind van de test wordt er
iets meer verteld over je favoriete filosoof.
Ben je meer geinteresseerd in het vinden van een filosofische stroming die je aanspreekt dan is deze test leuk om te doen;
http://quizfarm.com/quizzes/new/arocoun/what-philosophy-do-you-follow-v103/
Deze filosofische
test gaat over ethische filosofie. Ethische filosofie heeft consequenties in
persoonlijk gedrag in het dagelijks leven, de wijze waarop men met geluk en
tegenslag omgaat en met de politieke keuzes die men maakt. De uitslag geeft een
overzicht van filosofen die in hun denken en wereldbeeld het meest overeenkomen
met je antwoorden op de in de test gestelde vragen. De filosofen die genoemd
worden met het hoogste percentage zijn dan misschien interessant voor je om nog
eens nader te bestuderen of als een naam genoemd wordt die niet of minder
bekend is dan kan het boeiend zijn om je eens te verdiepen in diens ideeen.
Tom Verhoeven
Auvergne, zomer
2012
Abonneren op:
Posts (Atom)




.jpg)

