zaterdag 21 maart 2015

Euglassia Watsonia



"As the discoverer of the species the privilege of naming the creatures falls to me. Allow me to introduce you to Euglassia Watsonia."

Gisterenavond laat de t.v. aangezet en ik kwam terecht in het laatste stukje van een aflevering van Elementary – een Amerikaanse serie rond Sherlock Holmes en zijn onafscheidelijke Watson. Verrassend genoeg is Watson een vrouw, en nog verrassender is dat ze gespeeld wordt door Lucy Liu.
De aflevering eindigt op het dak van het gebouw waar Sherlock woont.  Sherlock Holmes blijkt een imker te zijn !
Later dit jaar komt er een film uit met Ian McKellen als een Sherlock Holmes op leeftijd. Ook in deze film is Sherlock Holmes een imker (“No, I have never been bit by them”).  
Op het dak staan twee kasten met zo te zien meerdere volken. Het zijn geen gebruikelijke bijenkasten, maar het soort  kasten die voorzien zijn van glas zodat het bijenvolk bekeken kan worden voor studiedoeleinden of om tijdens lessen in bijen houden te tonen.


Sherlock legt aan Watson uit dat hij onlangs een bij in een kooitje kreeg, een Osmia avosetta (een metselbij uit Turkije –Iran). En hij heeft deze vervolgens laten kruisen met zijn honingbijen (Apis Melifera).   
Als ontdekker van de nieuwe soort heeft hij het voorrecht om de soort een naam te geven en hij koos voor; Euglassia watsonia.
Genetisch gezien is het niet mogelijk om twee soorten met elkaar te kruisen.
Maar blijkbaar is het ongelooflijk romantisch om een bij naar je geliefde te noemen. Sinds deze aflevering op televisie verscheen is er een ware hype ontstaan rond de fictieve bij Euglassia watsonia; men kan de vreemdste voorwerpen met de naam of met afbeeldingen van de bij verkrijgen, van t-shirts tot oorbellen.
Zelf overweeg ik om dit voorjaar de stekelbaarsjes in de vijver te kruisen met een egel – ongetwijfeld ontdek ik dan een nieuwe amfibiesoort. Nu nog een naam verzinnen…


Euglassia watsonia – fictieve bijensoort
Osmia avosetta – bestaande metselbij uit Turkije – Iran
Apis Melifera – honingbij

Tom Verhoeven
Auvergne,  Lente 2015

maandag 16 maart 2015

Een Vinkenverzetter



Veel van de pakhuizen in Amsterdam stonden niet direct aan de haven, maar verspreid door de stad aan de verschillende grachten. Om de goederen van de zeeschepen daar te krijgen werden ze overgeladen in binnenvaartschepen en kleinere schuiten. Het overladen en opslaan van de goederen werd gedaan door gildebedrijven die in Amsterdam die de naam vemen droegen. Er was een groot aantal vemen, herkenbaar aan de kleur of de vorm van hun hoofddeksel - er waren blaauwhoeden, roodhoeden, groenhoeden, purperhoeden, withoeden, zwarthoeden, klapmutsen en strohoeden, en nog veel meer.  De vemen bestaan niet meer,  maar de naam van het bedrijf Pakhoed herinnert nog aan de oorsprong van het bedrijf.



De pakhuizen in Amsterdam verschillen in ontwerp, maar als het ging om de overslag van zware goederen dan waren de pakhuizen gebouwd met relatief veel palen.  Deze palen werden door de veemarbeiders “vinken” genoemd.

Goederen moesten vaak naar boven gedragen worden en dat ging via een smalle trap aan de binnenzijde van het pakhuis. De smalle trap had geen reling, de enige mogelijke steun konden dragers vinden door tegen de muur te leunen. De trap was net breed genoeg voor een man, er bleef geen ruimte over om iemand te laten passeren. Het gewicht van de balen die naar boven gesjouwd moesten worden verschilde en was afhankelijk van het product. Maar het kon oplopen tot 100 kg per baal. Er zijn anecdotes van mannen die met zo’n baal van 100 kilo op de schouders naar boven liepen, terwijl hun voorganger zijn evenwicht verloor en zijn baal bovenop de baal van zijn collega liet vallen. Ongehinderd door het extra gewicht vervolgde deze laatste zijn weg naar boven waar hij door anderen verlost werd van de twee balen.

Jonge nieuwkomers in de vemen hadden het niet gemakkelijk. Er kwam veel kijken bij dit ambacht en het was geen ongevaarlijk werk.  Deze proef vond altijd plaats op een van de hogere verdiepingen van het pakhuis. Een van de dragers liet zijn baal ergens vloekend vallen tegen een van de palen – met veel gebaren maakte hij de nieuwkomer duidelijk dat hij zo niet kon werken en dat nu alle balen verkeerd zouden komen te liggen. “Het probleem is dat die vink verkeerd staat”, was de uitleg die de nieuweling te horen kreeg. “Als jij nou eens naar beneden gaat om een vinkenverzetter te halen? ”  Eenmaal beneden aangekomen kreeg de nieuwkomer te horen dat hij de vinkenverzetter aan boord in het vooronder kon vinden. Zijn collega’s bleken maar al te bereid om hem te helpen.  De vinkenverzetter bleek te bestaan uit een dikke zware ankerketting die hij om zijn nek mee kreeg om naar boven te dragen. Eenmaal boven kreeg hij te horen dat de ketting rond de paal moest. Om vervolgens te horen te krijgen, “Zie je die vink daar in de hoek, verzet deze vink die hier gewoon in de weg staat daarheen en zet ‘m naast die andere”.

Tegen die tijd drong het zelfs tot de traagste van de nieuwelingen wel door dat hij in de maling genomen werd – maar dan moest hij nog altijd zijn “vinkenverzetter” weer terug naar beneden brengen. 

Tom Verhoeven
Auvergne, winter 2015

woensdag 4 februari 2015

Familie banden



Het verlangen van de mensheid naar het paradijs kan voornamelijk worden opgevat als de vurige wens, tenminste een keer vredig zonder familie te kunnen leven. Kurt Tucholsky (1890 – 1935)

In iedere familie, die niet je eigen is, stik je. In je eigen familie stik je ook, maar merk je het niet. Elias Canetti (1905)

De vader die zich hard betoont tegen zijn kinderen zal een zware oude dag moeten doorstaan. Euripides

Een ding staat wel vast: ouders moet je met zorg kiezen.  Simon Carmiggelt

Een op de vier mensen is een chinees. Als je vader, je moeder of je broer het niet is dan ben jij het.  Wiet van Broeckhoven

Na een goed diner kan men iedereen vergeven, zelfs zijn eigen familieleden.  Oscar Wilde

Toen mijn kleinzoon 6 of 7 was, begon hij door te krijgen dat zijn opa bekend was. Hij was erbij toen ik een keer handtekeningen moest uitdelen. Hij begon ook briefjes uit te delen waar hij iets op geschreven had.
Ik keek wat hij erop geschreven had. Er stond 'Opa'. Dat zijn de mooiste dingen.   Johan Cruijff

De vader die zijn zoon diens taken niet leert is even schuldig als de zoon die zijn taken verwaarloost. In staat te zijn om vijf taken overal te oefenen is de perfecte deugd;  serieusheid, vrijgevigheid van de ziel, oprechtheid, eerlijkheid en vriendelijkheid.
Confucius

Op het eerste gezicht lijkt het een buitenissig onderwerp voor mij. Ik woon immers alleen en heb nauwelijks nog familie. Toch is het een onderwerp dat de laatste tijd nog al eens ter sprake is gekomen. Tijd om enkele van mijn gedachtes over familiebanden op papier te zetten.

Zelf ben ik opgegroeid in een hecht en warm gezin. Geen rijk gezin, maar met ouders die hard werkten zodat de kinderen nergens tekort aan kwamen. Mijn vader had vaak wisseldiensten – vooral de nachtdiensten leverden extra geld op. Mijn moeder probeerde geld bij te verdienen door inpak werk en verspreidwerk. Ondanks dat ze veel bezig waren bleef er tijd over om met de kinderen spelletjes te spelen of om de kinderen allerlei dingen bij te brengen. Zo leerde ik van mijn vader fietsen, maar ook hoe ik mijn fiets moest repareren. Vooral in de vakantie was er tijd voor badminton en voetbal – en soms kwam mijn vader met een heel nieuw spel. Vooral toen ik klein was deden we aan acrobatiek. Verzamelingen aanleggen werd door mijn ouders aangemoedigd – mijn vader bracht me voor het eerst naar grote verzamelbeurzen. De eerste keer naar de bioscoop was met mijn vader, net als na afloop voor het eerst proeven van een nasibal in de snackbar naast de bioscoop. Bijzonder waren elk jaar de vieringen van de verjaardagen en vooral de feestdagen; Kerst, Sinterklaas, Oud en Nieuw, Pasen.

De band tussen mijn ouders was heel hecht. Moeizamer was het contact tussen mijn ouders en hun broers en zussen. Voor mijn Brabantse familie was katholicisme belangrijk en men keek neer op niet-gelovigen zoals mijn vader. Bovendien zagen ze zichzelf als middenstanders, terwijl mijn vader een arbeider was. Wat hij als arbeider allemaal bereikt had werd evenmin gewaardeerd. Dat gaf soms de nodige spanningen. De afstand bleek ook een obstakel. Minstens eens per jaar gingen we met trein en bus naar Brabant, maar de meeste familieleden bezochten ons nooit. Als middenstanders hadden ze allemaal een auto, dus vervoer zal het probleem niet geweest zijn. Men had eenvoudigweg geen belangstelling voor ons. Grote uitzondering was mijn oudtante, de zuster van mijn vroeg overleden grootmoeder. Zij bezocht ons vaak en bleef dan enkele dagen logeren. We spraken haar aan met tante, maar eigenlijk was ze als een oma voor ons.

Mijn vader’s relatie met zijn broers en zussen verliep ook niet altijd even soepel. Ze waren opgegroeid met een dominante moeder en dat heeft de onderlinge banden niet hechter gemaakt, maar eerder competitief. Om hun moeder te plezieren voelde elke broer en zus zich verplicht om de ander te overtreffen. Mijn vader brak uiteindelijk met zijn moeder. De band tussen de meeste broers en zussen leek zich weer enigszins te herstellen toen mijn moeder ernstig ziek werd.   

De ziekte en het overlijden van mijn moeder betekende dat de oorspronkelijke structuur van het gezin uiteen viel. Daarvoor in de plaats kwamen nieuwe banden, soms opgelegd door de wet zoals de benoeming van een voogd of door een onverwachte ontmoeting. Mijn vader leerde zijn tweede vrouw een klein jaar na het overlijden van mijn moeder kennen. Het betekende dat iedereen zich weer moest leren voegen naar een nieuwe situatie en dat bleek niet gemakkelijk. Zelf werd ik er in ieder geval niet gelukkiger op. Het verlies van het vertrouwde was nog te vers.
 
Familiebanden zijn belangrijk. Het gezin waarin je opgroeit en de familie waarmee je opgroeit is bepalend voor de manier waarop je naar de werkelijkheid kijkt, hoe je in je verdere leven met relaties en familiebanden omgaat. De relatie die je als kind hebt met je ouders is bepalend voor de rest van je leven, het heeft je karakter en levensinstelling gevormd. Je latere levenservaringen zullen ook een belangrijke rol spelen en zelfs kunnen maken dat je manier van kijken naar en begrijpen van de werkelijkheid veranderd. Maar de herinnering aan die goede of slechte eerste levenservaringen blijft.
Voor sommigen is familie een bron van onvoorwaardelijke steun en liefde, voor anderen een bron van ergernis en verdriet. Onvermijdelijk geef je je eigen jeugdervaringen, goed of slecht, door aan de volgende generatie; je eigen kinderen. Bijgevolg zie je na verloop van tijd een herhaling van zetten. Als de ouder heeft gebroken met zijn/haar ouders dan is de kans groot dat ook zijn/haar kinderen op hun beurt zullen breken met hun ouders.

Het komt ook voor dat een ouder een bewust keuze maakt om een patroon te doorbreken. Mijn vader was hier zelf een goed voorbeeld van. Zijn moeder was niet alleen dominant, maar ook gewelddadig, hij werd in zijn jeugd geregeld door haar geslagen. Ze sloeg niet alleen met haar handen, maar had een voorkeur voor een eind rotan. Ongetwijfeld is dit iets wat ze van haar eigen jeugd had meegekregen. En haar moeder weer uit haar jeugd. Mijn vader nam zich voor om koste wat het kost nooit fysiek geweld bij zijn kinderen toe te passen. En het is hem gelukt dit patroon te doorbreken.  
Het vergt karakter en inzicht in eigen zelf om zo’n bewuste keuze te kunnen maken. Teveel mensen zijn er gemakzuchtig in en vinden fysiek geweld ergens toch enigszins acceptabel. En dat geldt voor meer gedrag dat er geleidelijk in slijt maar evenzeer nare gevolgen kan hebben; niet meer samen met de kinderen eten, maar met een bord op schoot voor de televisie, niet meer zelf koken, maar kant en klare maaltijden uit de magnetron serveren of eten uit de snackbar halen, niet meer naar de kinderen gaan kijken als ze meedoen aan een sportwedstrijd of aan een optreden, niet met de kinderen op vakantie, niet meer met ze een dagje naar het strand, de bossen, een museum, een voorstelling. Het zijn vaak kleine gebeurtenissen of handelingen die op dat moment onbelangrijk schijnen, maar waar kinderen op latere leeftijd de meeste goede of nare herinneringen aan hebben. Vooral als het niet om een incident gaat, maar een vast patroon.

Voor mij zijn die eerste jaren dat ik opgroeide doorslaggevend geworden, net als de periode waarin het oorspronkelijke gezin geleidelijk uiteen viel. Die vroege ervaringen maken dat ik mensen benijd die een hechte band met hun familie hebben en er aan werken om die banden te onderhouden. Ze maken ook dat ik weinig begrip heb voor mensen die niets geven om familiebanden. Wel heb ik begrip en compassie voor hen die door traumatische ervaringen hun gezin of familie zijn kwijtgeraakt of ongewild het contact hebben verloren. Het zit immers dicht bij mijn eigen ervaringen.

Een tijdje terug kwam ik enkele aanwijzingen tegen om een hechte familieband te krijgen en te behouden. Sommige waren de moeite waard om hier te herhalen, andere heb ik aangevuld of vervangen door betere suggesties.

Leer communiceren. Zwijgen en ondertussen halsstarrig volharden in onaangenaam gedrag is geen goede vorm van communicatie. Leer luisteren naar de ander; zijn/haar inzichten kunnen zeer waardevol blijken te zijn. Leer om te gaan met kritiek. Kritiek is belangrijk, het helpt je groeien, ontwikkelen, nieuwe ervaringen op te doen, tot nieuwe inzichten te komen. Leer helder je eigen standpunten en emoties onder woorden te brengen. Leer accepteren dat een ander sommige dingen echt beter begrijpt, meer weet, meer levenservaring heeft en verbeter je zelf door te luisteren naar wat de ander te bieden heeft. Leer te luisteren naar wat familieleden elkaar te vertellen hebben, probeer onderlinge ruzies bij te leggen. Meng je niet in familievetes. Blijf te alle tijden communiceren. Zodra er niet meer met elkaar gepraat wordt gaat het geheid fout en blijkt de breuk al gauw permanent.

Investeer tijd en aandacht in je familie. Verjaardagen van ooms, tantes, neven en nichten zijn wellicht niet de meest memorabele gebeurtenissen van het jaar. En misschien zijn andere gebeurtenissen veel belangrijker zoals geboorte, huwelijk, overlijden, ziekte. Toch is het goed om op de minder memorabele gebeurtenissen je gezicht te laten zien of van je te laten horen. Je toont daarmee interesse in je familie en het versterkt de band met hen. Neven en nichten kunnen goede vrienden van je worden. En je grootouders, ooms en tantes kunnen je eindeloos vertellen over je ouders. Hoe meer je je terug trekt van dit soort familiegebeurtenissen, hoe losser de band wordt.

Omgang met je familie is belangrijk. Zorg er echter wel voor dat de familierelatie gezond en evenwichtig is. Steun niet teveel op je familieleden en zorg er voor dat zij het ook niet doen bij jou. Bewandel altijd je eigen pad en laat je niet belemmeren in je ontwikkeling. Offer jezelf dus niet op ter wille van een familielid en cijfer jezelf niet weg om het een familielid naar de zin te maken. Bedenk dat je je familie niet voor het kiezen hebt. Je zult het bovendien voor de rest van je leven met die familie moeten doen. Als de familie goed en evenwichtig met jou en met elkaar omgaat dan mag je van geluk spreken en doe je er goed aan om zuinig met hen te zijn. Ben je echter opgegroeid in een negatieve of zelfs toxische familie, dan is het vaak beter te investeren in de eigen vriendenkring en de gemeenschap waar je deel van uit maakt. De niet biologisch verwante familie kan minstens zo belangrijk zijn als de biologische. Bedenk echter dat je ook voor hen moeite zult moeten doen.  

Tom Verhoeven

Auvergne, winter 2015

zondag 11 januari 2015

De hond moest dood



Een hond opnemen in je huis en je gezin is niet iets dat in een opwelling doet.  De hond gaat voor minstens tien – vijftien jaar deel uitmaken van je leven. Je zult lief en leed met hem delen. De hond wordt je maatje, je speelkameraad, je troost en je bron van vreugde. Iedere keer dat hij je maar even niet gezien heeft zal hij je weer even uitbundig begroeten. Elke ochtend zal hij je wekken en elke avond wil hij aan je voeten liggen. De hond maakt evenzeer deel uit van je familie als de kinderen of de grootouders.
Als je dit niet zo ervaart moet je niet aan een hond beginnen.
De hond is een diersoort dat al duizenden jaren met de mens samenleeft. Maar als we kijken naar hoe moderne mensen met honden omgaan dan valt ogenblikkelijk op dat mensen honden allerminst begrijpen, slecht met hen communiceren en de honden proberen te domineren in plaats van met hen een hechte band op te bouwen.  
Er gaat tijd en aandacht zitten in het opbouwen van zo’n hechte band. Wie een drukke baan heeft, veel weg is van huis, veel moet reizen, lange kantooruren maakt, moet niet aan een hond willen beginnen.
Een pup vergt vooral in het begin extra veel aandacht. Het jonge dier is vaak nog niet helemaal zindelijk. Het knaagt aan allerlei objecten in huis die daar niet voor bestemd zijn. Misschien krabt de hond het behang los of het pasgelegde tapijt. Misschien komt hij er achter hoe de deur van de koelkast open moet of hoe de vuilnisbak omgekieperd kan worden. Misschien rent hij als een dolle door het huis terwijl hij allerlei dingen omgooit. Dat hoort allemaal bij normaal gedrag van een pup. En het kan een tijd duren eer dat gedrag in betere banen geleid kan worden. Wie een pup in huis neemt moet geduld hebben.
Dit geldt ook en misschien zelfs nog meer, wanneer gekozen wordt voor een hond uit het asiel. De hond heeft dan waarschijnlijk al een tijdje alleen doorgebracht in een kooi met weinig bewegingsruimte. Hij heeft met wisselende mensen contacten gehad die allemaal anders op hem reageerden. Hij is in aanraking gekomen met andere honden waar hij het soms goed mee kon vinden, soms helemaal niet. Kortom, het is een hond die mogelijk verwarrende ervaringen achter de rug heeft en die in het nieuwe huis met het nieuwe gezin nog niet weet wat er precies van hem verwacht wordt. De manier waarop hij probeert te achterhalen wat de bedoeling is en wat zijn plek is, is door uit te proberen; “wat zou er gebeuren als ik deze kussen sloop ? “ , “wat zou er gebeuren als ik eens flink ga staan blaffen? “, “wat zou er gebeuren als ik eens midden op het tapijt plas?”, “wat zou er gebeuren als ik hier op een willekeurige plek neerval en niet meer beweeg? “, “wat zou er gebeuren als ik eens naar die kat en die hond hap ?”. Aan de hand van de reacties leert de hond al vrij snel inschatten wat kan en wat niet kan. Als de eigenaar instabiel gedrag vertoont door gestresst of agressief te reageren dan leert de hond daar ook van; hij gaat dezelfde soort stress en/of agressie vertonen jegens de eigenaar en naar anderen.
Ook hier geldt dat er tijd en aandacht in gaat zitten voor hond en gezinsleden elkaar leren kennen en goed met elkaar leren te communiceren. En daarbij moeten we niet denken aan enkele dagen of weken, maar eerder aan maanden om een goede basis te leggen.
In de praktijk zien we dat lang niet alle mensen geschikt zijn om een hond in hun huis te nemen. Zelfs niet als het idee hen eigenlijk wel aanstaat.
Een enkele keer gaat het ernstig mis. En dit relaas is daar een voorbeeld van.
In Nederland zijn er meerdere mensen en organisaties die zich bezig houden met het naar Nederland halen van honden die in het buitenland in een asiel zitten. Sommige specialiseren zich en richten zich op een land, andere zijn actief in meerdere landen. De vereniging “My Martin” haalt honden naar Nederland die in Rusland – met name Moskou, in het asiel terechtgekomen zijn. Soms gaat het om honden die door de eigenaars daar zijn achtergelaten, vaker gaat het om zwerfhonden.
De Russische vrijwilligers die in het asiel werken blijken zeer betrokken bij hun werk en besteden veel aandacht aan de honden. De honden die naar Nederland komen blaken dan ook van gezondheid en levensenergie.
Eind 2014 wordt er een jonge hond naar Nederland overgevlogen (samen met enkele andere honden) die opgehaald wordt door een van de bestuursleden van de vereniging. De aankomst wordt gefilmd – en ondanks de vliegreis oogt de jonge hond die de naam Baton draagt fris en levendig. Het is een kalme hond die nieuwsgierig snuffelt naar andere honden en naar voorbijgangers. Hij loopt aan de riem mee zonder te trekken.
In de weken die volgen blijkt Baton als zoveel jonge honden buitengewoon leergierig. Misschien omdat hij al wat training heeft gehad, maar ook omdat het een heel slimme hond is leert hij nieuwe dingen snel en gemakkelijk. De filmpjes die in de weken daarna worden gemaakt (en later naar Frankrijk worden gestuurd) laten telkens een speelse, vrolijke, leergierige jonge hond zien die elke aanwijzing nauwgezet opvolgt.
De hond lijkt meer moeite te hebben met de levensstijl van zijn eigenaar. De hond gaat geregeld mee met de auto, maar moet dan vaak urenlang in de auto blijven, terwijl de eigenaar in bespreking is met een client. Langdurig in een auto verblijven is net zo vervelend voor een hond als langdurig in een kennel te zitten.
Later geeft de eigenaar aan dat Baton het geweldig vindt om buiten te zijn, maar moeite heeft met de grote stad (ze is woonachtig in Den Haag). Ze geeft aan dat er kleine problemen zijn; de hond zou uithalen naar andere honden (op het filmpje dat opgenomen is op Schiphol ging de hond juist vriendelijk om met vreemde honden) en zelfs naar mensen.
Blijkbaar heeft ze twijfels over de hond en er worden enkele oplossingen aangeboden. De hond kan terug naar Rusland naar het asiel waar hij vandaan kwam, de hond is meer dan welkom bij de eigenaresse van een groot terrein in Frankrijk waar de hond alle ruimte en rust heeft. En de hond kan als overgangsperiode verblijven op het platteland bij een ander bestuurslid van de vereniging. Oudejaarsavond nadert en de hond blijkt bang voor vuurwerk. Een verblijf buiten de stad zou de hond al het geknal van vuurwerk besparen.
De eigenaar lijkt te kiezen voor het brengen van de hond naar Frankrijk, er volgt een telefoongesprek met Frankrijk en daarin geeft de eigenaar flink af op het asiel in Rusland dat in haar ogen onder een nieuwe leiding niet goed functioneert. Daarbij stelt de eigenaar van Baton dat het beter is de hond te laten inslapen dan hem terug te sturen naar Rusland en dat het nu een kwestie was van Baton naar Frankrijk te brengen of de hond te laten afmaken.
In dat gesprek en in email berichten gaf ze aan dat ze in de slechts zeven weken dat ze Baton nu had, al met hem naar drie verschillende gedragstherapeuten was geweest, ze was met hem naar dierenartsen geweest en hij had een muilkorf omgekregen.
Ze stuurt meerdere filmpjes naar Frankrijk met beelden van de hond binnenshuis en tijdens wandelingen buiten. Telkens is er dezelfde probleemloze, vrolijke, levendige en gehoorzame hond te zien. De beelden stroken niet met de vreemde beweringen over de hond van de eigenaar.
Vlak voor het geplande vertrek naar Frankrijk meldt de eigenaar zich af; Baton heeft haar tijdens het om hem heen afsteken van vuurwerk in haar hand gebeten. Begrijpelijk, de hond raakt in paniek van vuurwerk, dat was inmiddels bekend.  In hetzelfde telefoongesprek vertelt de eigenaar dat ze veronderstelt dat Baton een uiterst zeldzame epileptisch aandoening heeft. Ze heeft alleen nu geen tijd om dit te laten onderzoeken. Hoe ze op dit idee gekomen is wordt niet duidelijk, ze is zelf geen veterinaire arts.
Amper twee uur later heeft Baton een “zware epileptische aanval”, het schuim staat hem op zijn bek en hij zwaait onstabiel op zijn vier poten.  Dit zijn overigens geen typische symptomen voor epilepsie, wel voor vergiftiging.
Langzaam maar zeker wordt duidelijk voor welk scenario de eigenaar heeft gekozen. De hond gaat niet naar Frankrijk en ook niet naar Rusland. Er is al gekozen voor het laten inslapen van de jonge hond. De eigenaar heeft alleen nog een ernstige ziekte nodig als excuus.
Een geraadpleegde dierenarts voorziet haar van kalmeringsmiddelen voor de hond.  
De eigenaar beweert dat ze Baton na nieuwjaarsdag naar een neuroloog bracht – en die stelt inderdaad precies zoals de eigenaar al veronderstelde een uiterst zeldzame epileptische aandoening vast. Met het advies dat het beter is de hond te laten inslapen. De arts zou volgens de eigenaar hebben beweerd dat er geen medische behandeling en geen medicatie mogelijk is.
Het is onduidelijk of de eigenaar echt bij een neuroloog is langs geweest. Er is geen verslag van het onderzoek, er zijn geen beelden van de scan die zou zijn gemaakt.
Een epileptische aandoening is behandelbaar. Er is medicatie beschikbaar. En vormt dus geen enkele reden om de hond te laten inslapen.
Daar komt bij dat epileptische aanvallen vaak veroorzaakt worden door stress. Stress die teweeg gebracht wordt door drukte, lawaai, door verkeerde omgang met de hond en een hectische levensstijl. Het vertonen van agressie naar de hond kan ook veel stress geven, net als fysiek geweld.
Indien er wel een scan is gemaakt en deze een aandoening toonde die niet verholpen kon worden, aan wat voor soort plotselinge aandoening moeten we dan denken ? Een harde slag tegen de kop van de hond met een hard object ? En wanneer moet dat dan gebeurt zijn ? In Moskou was de jonge hond gezond, levendig en speels. Geen van de vrijwilligers is ooit   door hem gebeten. Hij vertoonde nooit kenmerken van stress en had al helemaal geen epileptische aanvallen. Toen de hond op Schiphol arriveerde zag hij er fit, levendig en nieuwsgierig uit. Dan ligt het voor de hand te vooronderstellen dat er iets gebeurt is in de zeven weken dat de hond in Nederland verbleef. Het ligt niet in de rede om te kijken naar een oorzaak in Rusland.
Bij welke dierenarts heeft de eigenaar de hond laten inslapen ? En wat gaf de dierenarts als reden op ? Is er een verslag van de dierenarts ?
Dieren hebben recht op een goede verzorging en daarvoor zijn ze afhankelijk van hun eigenaar. Eigenaren hebben dus een zorgplicht. Dat is wettelijk geregeld.
Heeft deze eigenaar zich voldoende gekweten van haar zorgplicht ?
Was de hond zo ziek dat er geen andere optie mogelijk was dan hem te laten inslapen of wilde de eigenaar op een makkelijke manier van de hond afkomen?
De asiels die ik zelf ken geven een hond niet zomaar mee. Er wordt gekeken naar de woonomstandigheden, de beschikbare tijd om met de hond door te brengen, ervaring met honden. En er wordt na enkele weken gecontroleerd hoe het met de hond gesteld is. Als blijkt dat er iets mis is wordt de hond zelfs weer mee terug genomen.
Bij een vereniging van amateurs zoals My Martin kent men een dergelijke procedure niet. Als de hond eenmaal bij de nieuwe eigenaar is blijkt de taak van My Martin gedaan. Dat is niet echt verantwoord te noemen.
Er is middels een schrijven gericht aan de bestuurders van My Martin bekendheid gegeven aan deze trieste geschiedenis.  Vooralsnog heeft het bestuur niet gereageerd op dit schrijven.
Op eerdere berichten via email en facebook gaf men aan dat men meende dat de eigenaar correct had gehandeld. Niet zo verwonderlijk als men beseft dat de eigenaar van de hond een adviserende rol speelt in het bestuur van My Martin.
Toch zou men bij een vereniging die opkomt voor honden en honden uit asiels wil redden enige ontsteltenis en zelfs verontwaardiging mogen verwachten. Op zijn minst zou men van een integer bestuur verwachten dat ze de kwestie grondig onderzoekt.
Vooralsnog wordt dit niet gedaan en de eigenaar wordt de hand boven het hoofd gehouden.
Dit getuigt niet alleen van een gebrek aan integriteit. Het is ook kwetsend voor alle betrokkenen. Ook voor de vrijwilligers in Rusland is deze gebeurtenis buitengewoon pijnlijk. Het druist tegen elk gevoel van rechtvaardigheid in. Zij werken in het asiel om honden te redden, ze geven de honden goede verzorging en waar nodig medische hulp. Als zij dan een hond meegeven om opgenomen te worden in een gezin in Nederland is het ook een inbreuk op hun vertrouwen als de hond dat binnen enkele weken wordt afgemaakt.
Al met al een buitengewoon onverkwikkelijke geschiedenis, waar bij iedereen de verantwoordelijkheid ver van zich afschuift – maar ondertussen is er wel een jonge hond onnodig gedood.
Aanvulling 15 januari 2015:
My Martin blijkt niet georganiseerd te zijn als vereniging, maar als stichting. Een essentieel verschil tussen een stichting en een vereniging is dat een stichting haar eigen bestuur benoemd (vaak voor onbepaalde tijd) en geen leden heeft, terwijl een vereniging wel leden heeft en het bestuur door de algemene ledenvergadering benoemd wordt voor een bepaalde tijd (3-4 jaar).
De stichting My Martin werd op 24 september 2015 opgericht.

Wat het bestuur van de stichting niet goed begrijpt is dat de stichting een rechtspersoon is; wanneer men een beroep doet op de stichting, een vraag voorlegt aan de stichting, een brief schrijft aan de stichting of zoals in dit geval een incident van dierenleed signaleert waar de stichting deels bij betrokken is dan dient de stichting bij monde van het bestuur te reageren. Tot nog toe heeft men dat nog niet gedaan. Wel ageert men als persoon tegen de degene die bereid bleek om de jonge hond Baton in huis op te nemen in Frankrijk - omdat zij dit artikel op haar FB pagina plaatste. Zoals wel vaker voorkomt is de brenger van het slechte nieuws de gebeten hond. Ook dat getuigt van het ontbreken van integriteit van bestuur - men is niet in staat om op een adequate en correcte manier met kritiek om te gaan. 

Tom Verhoeven
Auvergne,  winter 2015