maandag 7 september 2015

Het leven is makkelijker als je leert te denken !





Ieder mens heeft zo zijn eigen talenten. Of ontbeert bepaalde talenten. Niet iedereen kan goed schilderen, musiceren, hardlopen, schaken, jongleren, schaatsen, klussen, of beeldhouwen.
Ook voor goed denken geldt dat niet iedereen er even goed in is. Vrij veel mensen hebben moeite om hun gedachten structuur te geven en logisch te formuleren.  Zelfs de aanhoudende stroom van gedachten in hun hoofd lijkt alle kanten op te gaan en dat is te merken als ze hun gedachten in woord of geschrift uiten.

Het tegenovergestelde doet zich ook vaak voor; mensen laten zich gemakkelijk leiden door vooringenomen opvattingen die een open manier van denken over de werkelijkheid in de weg staan.
Daar komt bij dat mensen zich vaak laten leiden door emoties, het sentimentele gevoel dat ze koesteren over een specifiek onderwerp of dat ze bij zich oproepen door het kijken naar beelden met een voor hen hoog zieligheidsgehalte.  Kritiek op zulk soort opvattingen wordt vrijwel direct ervaren als een persoonlijke aanval.

Denken zonder emoties is niet echt mogelijk, maar je uitsluitend laten leiden door emoties staat elke vorm van denken in de weg.

Net als de hier boven aangehaalde vaardigheden is denken een ambacht, het is een vaardigheid die je je eigen moet maken, die je moet oefenen, die zelfreflectie vergt en studie.  Je moet zoals Aristoteles al aanbeval in staat zijn een gedachte te overwegen zonder deze onmiddellijk als waar te accepteren.
Misschien omdat mensen niet goed kunnen denken dat ze daardoor tot de conclusie menen te moeten komen dat er iets mis is met het denken zelf.  Dat niet zij zelf, maar het denken het probleem is.

Een grotere en meer dwaze gedachte is haast niet denkbaar.  

Tom Verhoeven
Auvergne, zomer 2015 

zondag 30 augustus 2015

Mening - geen mening;




 
Deze week reageerde iemand heftig op het woord “Angelsaksisch” dat ik toepaste op een beschrijving van het neoliberalisme. Het is eigenlijk een vrij neutrale term dat toepasbaar is op alle culturele uitingen; van Angelsaksische gastronomie tot Angelsaksische literatuur. Zo zijn er duidelijke verschillen tussen Angelsaksische filosofie ( meer liberaal, meer individualistisch) en de filosofie van het Europese vasteland (meer sociaal, meer idealistisch, meer existentialistisch, etc.). Het is een term die beschrijvend is en waar geen oordeel uit spreekt. De man die zo heftig reageerde vatte het echter anders op. Hij zag het als een duiding van zijn etnische achtergrond en als een persoonlijke aanval op zijn volk (“wij Angelsaksen”).  Om vervolgens met enkele voorbeelden van filosofische hoogtepunten van de Angelsaksische traditie te komen;  de” Magna Carta” en de “Declaration of Independence” .

De Magna Carta is een historisch belangrijk document dat gezien wordt als een eerste poging om de absolute macht van de Engelse monarch te beperken. Een mislukte poging overigens, de toenmalige koning John, broer van Richard Lionheart, heeft alle ondertekenaars van het document om laten brengen. De Magna Carta is als zodanig echter geen filosofisch geschrift.

De Amerikaanse Verklaring van Onafhankelijkheid bevat wel een retorische uiteenzetting over onafhankelijkheid, geluk en de rechten van mensen, maar het maakt slechts een relatief klein deel uit van de Verklaring. Het bevat ook een rechtvaardiging van het houden van slaven en de ondergeschiktheid van de oorspronkelijke inheemse bevolking.  In die zin weerspiegelt de tekst het Angelsaksische liberale gedachtengoed van die tijd. Een hoogtepunt in de filosofie is het echter niet te noemen.
Ik probeerde aan te geven dat het mij niet ging om een oordeel, maar om een verschil aan te duiden tussen Angelsaksische filosofie en de filosofie van het Europese vasteland (continentale filosofie, een losjes gehanteerde term omdat het een eenheid suggereert die er niet is).  Hij eiste mijn definitie van continentale filosofie. Ik verwees hem naar “Google”.

Een dag later bleek hij Google inderdaad gebruikt te hebben en zijn conclusie was dat continentale filosofie obscuur, troebel en arrogant was. De kortste samenvatting van het werk van Kierkegaard, Kant, Nietzsche, Hegel, Rousseau, Marx, Voltaire en de Montagne die ik ooit heb gelezen.
De man bleek duidelijk geen historische of filosofische achtergrond te hebben. Maar dat belemmerde hem geenszins om in al zijn onwetendheid en ongeïnformeerdheid een opinie te uiten en zelfs mensen persoonlijk aan te vallen die uitspraken deden die hem onwelgevallig waren.
Hij bleek een van die mensen te zijn die meenden dat onwetendheid gelijkwaardig is aan kennis en vaardigheid.
En dat zijn mening altijd gelijkwaardig is aan de mening van een ander. Of erger nog; de uitleg van de ander “is ook maar een mening”.

Misschien komt het ook door het medium van internet en facebook, maar ik kom dit soort opvattingen steeds vaker tegen.

Iemand meende: “Of we nu in 60.000 jaar of in 6000 jaar zijn ontwikkeld tot de moderne mens maakt niet uit…” Waarop een uiteenzetting volgde over buitenaardse Aliens die de planeet Aarde hadden bereikt.  Het maakt natuurlijk wel degelijk uit. Het een is gebaseerd op een wetenschappelijke theorie die aan de hand van artefacten aangetoond is en de andere bewering duidt op een christelijke geloofsopvatting.  Het lijkt er steeds meer op dat mensen moeite hebben om een onderscheid te maken tussen wat ze geloven; “Sinterklaas” en de werkelijkheid; de acteur Stefan de Walle.  De wereld lijkt in de beleving van sommige mensen een sprookje waarin betekenissen gegeven worden aan onbeduidende gebeurtenissen of symbolische waarden toegekend worden aan nietszeggende woorden en beweringen (“deepities” – oppervlakkige betekenisloze uitspraken waarin men iets diepzinnigs wil lezen of horen).

Een krantenbericht maakt melding van een voorval van vergiftiging door het eten van een zelf gekweekte courgette.  In gewassen als courgettes, komkommer, augurken, pompoenen e.d. kan inderdaad het gif cucurbitacine voorkomen.  Bij de meeste rassen is dit er al lang geleden uit gekweekt, maar bijvoorbeeld bij sierkalebassen niet. Wie onwillekeurig kruisbestuiving toepast en de zaden daarvan het volgende seizoen gebruikt loopt dus wel degelijk het risico een giftige courgette of pompoen aan te treffen. Een stukje proeven vertelt je meteen of dit het geval is, want het gif maakt dat de vrucht bitter smaakt.
Bizar genoeg zijn veel reacties op het krantenbericht die van ongeloof. Het kan niet waar zijn dat groente uit eigen tuin (“puur natuur”) giftig zou kunnen zijn. Lezers zien er propaganda van overheid, de media en uiteraard Monsanto in. “Geloof niet alles wat je leest” is het advies van sommigen die overduidelijk weinig lezen.  Zelfs bij een uiterst zeldzaam voorval als deze zien mensen een complottheorie.

Het idee dat alles uit de natuur per definitie gezond en voedzaam is of erger nog geheel zonder gevaar is, is een hardnekkig bijgeloof dat al voor veel ellende gezorgd heeft.  Soms lijkt het wel alsof de wereld in twee kampen verdeeld is; de ene partij is bezig om de natuur systematisch te vernielen en de andere partij hangt een zweverige romantische doctrine van de goedheid van moedertje aarde aan zonder oog te hebben voor de gevaren van de natuur.  En geen van beiden zijn bereid te luisteren naar de echte natuurkenners.

Waarom staan mensen met een ongefundeerde  mening niet open voor kennis die hun mening weerlegt of hen andere, betere inzichten in dezelfde materie kunnen geven?
Een probleem is onze egalitaire cultuur; zoals hier boven al vermeld denken mensen dat hun mening gelijkwaardig is aan die van ieder ander. Dat de ander een autoriteit op zijn vakgebied is doet er niet toe (zoals menige medisch specialist of universitair docent kan bevestigen), dat de mening niet logisch gemotiveerd en onderbouwd is doet er evenmin toe (meestal is men niet bekend met logische redenaties), en zelfs als de wetenschappelijke feiten heel iets anders aantonen maakt dit geen enkel verschil – men blijft vasthouden aan de eigen mening.

Er speelt nog een ander probleem.  De wijze waarop de meeste mensen over de meeste dingen nadenken is een proces dat rationaliseren of gemotiveerd redeneren noemen. Dat wil zeggen dat mensen eerst kiezen wat ze willen geloven (aannemen, menen) en vervolgens naar redenen zoeken om uit te leggen waarom ze het geloven.  Psychologisch onderzoek lijkt er op te duiden dat dit de normale manier is waarop het menselijk brein werkt. Het gevolg is dat mensen informatie die hun mening ondermijnt bij voorbaat al ter zijde schuiven en in plaats daarvan telkens kiezen voor informatie die hun mening bevestigd (Confirmation Bias).  Ons denkvermogen lijkt eerder afgestemd te zijn op het verdedigen wat we al geloven, en niet  op het streven naar een werkelijk beter begrijpen van de wereld en de werkelijkheid om ons heen.    
De wetenschappelijke methode is natuurlijk ondersom. Eerst wordt er een theorie ontwikkeld en daarna wordt er geprobeerd om deze theorie te weerleggen.
Toch blijken ook wetenschappers niet geheel gevrijwaard van het fenomeen confirmation bias.

Denken is een ambacht,  en goed nadenken vergt dagelijks oefening zodat je op zijn minst je eigen vooringenomenheden leert herkennen.  Niet het vasthouden aan bestaande meningen is doorslaggevend, maar het loslaten van vastgeklonken gedachten om ruimte te geven aan nieuwe inzichten. Wie vasthoudt aan een mening probeert iets te behouden, een dogma, een doctrine,  dat gedoemd is verloren te gaan.  Als denken een ambacht is dan is het als varen met de wind in de zeilen, het vergt aandacht om te voorvoelen waar de stroom heen leidt.      

Tom Verhoeven
Auvergne, zomer 2015        

woensdag 29 juli 2015

Warré Bijenkast



Er zijn verschillende bijenkasten te verkrijgen. In Nederland is de spaarkast populair en relatief goedkoop in aanschaf.  In Frankrijk is de Dadant kast het meest populair. Het zijn veelzijdige kasten die in verschillende formaten (vijf ramen, zes ramen, tien ramen, twaalf ramen) verkrijgbaar zijn.  Ook de Langstroth bijenkast is gewild. In beide gevallen gaat het om bijenkasten die van oorsprong in Amerika zijn ontwikkeld.  Mijn keuze is gevallen op een originele Franse bijenkast; de Warré bijenkast.



Al sinds de tijd van Karel de Grote  werden er in de tuinen van kloosters bijen gehouden.  Er zijn tegenwoordig minder kloosters en daardoor ook minder monniken die imkers zijn, maar onder de ware kenners van het bijenhouden van de afgelopen eeuw vinden we nog veel  monniken.  Een daarvan was Abbe Eloi François Emile Warré (1867 – 1951). In zijn tijd was er een terugval in het houden van bijen. Warré experimenteerde met zo’n 350 verschillende bijenkasten om tenslotte tot een eigen ontwerp te komen dat eenvoudig in gebruik was, bijvriendelijk was, goedkoop zodat juist mensen met minder geld zo’n kast konden aanschaffen of zelf maken, en dat desgewenst een voldoende extra honing opleverde voor de imker. Het ontwerp kreeg de naam Ruche Populaire (volks bijenkast) – verwijzend zowel naar het bijenvolk als naar een kast voor iedereen. Hij beschreef de bijenkast uitvoerig in zijn boek “L’Apiculture Pour Tous” (Bijenhouden voor iedereen).

De Warré bijenkast is gebaseerd op het principe van natuurlijk bijenhouden. De imker laat het bijenvolk zoveel mogelijk met rust en zou zelfs kunnen volstaan met het slechts een keer per jaar openen van de bijenkast.

Waar andere bijenkasten gebruik maken van ramen waarin een ijzerdraad is gespannen om er een kunstraat aan vast te smelten, daar gebruikt de Warré bijenkast slechts latten die voorzien worden van een laagje was.
De bijen maken zelf de raten aan deze latten. De kunstraat heeft een standaardmaat en de bijen zullen zich aanpassen bij het verder uitbouwen van hun raten. Omdat de Warré kast geen kunstraat heeft kan het zijn dat de raten die de bijen maken verschillen van formaat.   
In elke kamer is ruimte voor acht raten – dat maakt de Warré bijenkast gemiddeld iets kleiner dan bijvoorbeeld  de Dadantkast (10 – 12 ramen).

De Warré bijenkast kan voorzien worden van kleine glazen vitrines waardoor men de ontwikkeling van het volk binnen de kast kan volgen.  Het voordeel van de vitrines is dat het niet nodig is om de kasten te openen om het volk te kunnen bestuderen.  Dat betekent minder stress voor de bijen en – een belangrijk punt voor Abbé Warré – behoud van warmte in de kast.

Het bijenvolk begint te bouwen in de bovenste kast. Als het de latten van de volgende kast heeft bereikt begint het vervolgens in die kast te bouwen.  
Wanneer het bijenvolk zich goed ontwikkelt dan kan het nodig zijn om de kast uit te breiden. De imker doet dit door aan de onderkant er een kamer aan toe te voegen.  Door het telkens toevoegen van een nieuwe kamer aan de onderzijde, krijgt de Warré bijenkast met een groot volk iets weg van een toren in het landschap.
Aangezien de bijen van nature het broednest beneden en de honingvoorraad boven willen, zullen de bijen al bouwende hun broednest naar beneden migreren zodat kastdelen bovenin uiteindelijk alleen honing bevatten.

Wanneer er voor wordt gekozen om honing te oogsten, dan kan deze in tegenstelling tot het werken met ramen, niet geslingerd worden. De honingraten worden geperst. Er kunnen dus ook geen ramen met was teruggeplaatst worden of geplaatst worden bij een ander bijenvolk zoals de meeste imkers dat gewend zijn.  Dat lijkt een nadeel, maar een belangrijk voordeel  is dat eventuele sporen van ziektes e.d. niet met de honingraten kunnen worden overgebracht naar een ander volk.

Zoals al aangegeven is de warmte in de bijenkast is een belangrijke overweging voor Abbe Warré. Het is een van de redenen waarom hij de bijenkast zo min mogelijk wil openen.  Voor het behoud van de warmte plaatst hij boven op de kast een isolatielaag van natuurlijk materiaal. Dit kan vilt zijn, houtsnippers, papier, etc.

De methode van Abbe Warré is vergelijkbaar met de traditionele Japanse methode. Belangrijk verschil is wel dat de Japanse Apis cerana zwermgraag is, terwijl  de Europese bij minder vaak wil zwermen.  Het Japanse bijenvolk is ook kleiner dan het Europese bijenvolk.
Klein opvallend detail; waar Abbe Warré nog aanbeveelt de bijen met rook naar beneden te krijgen, trommelt de Japanse imker op de bovenzijde van zijn bijenkast. De trillingen maken dat de bijen naar beneden gaan.  Eens kijken of dat bij de Europese bij ook zo werkt.

Voor nu staan er twee Warré bijenkasten klaar voor bewoning. Dat geeft me tot het voorjaar de tijd om aanvullende kamers te bouwen en te werken aan een derde kast waarvoor ik al een dak klaar heb liggen.
En dan zal ik het boek van Abbé Warré grondig moeten doornemen, want deze methode van bijenhouden is anders dan ik het gewend ben of geleerd heb tijdens de opleiding.
Het belooft een heel spannend  nieuw voorjaar te worden !

Tom Verhoeven
Auvergne, zomer 2015

dinsdag 28 juli 2015

Naturapi en non-communicatie.



Wie de Nederlandse Ambassade in Parijs wil bellen kan zich de moeite besparen;  er wordt nooit opgenomen.  Het is mogelijk een email te versturen – maar die wordt zelden of nooit beantwoord.
Dit geldt als het communicatietijdperk, maar het is opvallend hoe moeilijk het is om contact op te nemen met instanties en bedrijven gebruikmakend van moderne middelen als telefoon en email.

Websites zitten vaak onduidelijk in elkaar, waarbij niet zelden irrelevante informatie de nadruk krijgt terwijl primaire informatie ergens weggemoffeld zit.
Op veel websites is het adres van het bedrijf niet terug te vinden. Geen hoofdkantoor, geen vestigingsadressen, geen postadres. Namen van eigenaars of medewerkers ontbreken ook vaak.
En ook een email adres en een telefoonnummer ontbreekt. Of er is iets aan de hand met het nummer.  Zo bieden sommige Nederlandse bedrijven wel een speciaal nummer aan voor informatie (wat meestal betekent dat je naar een opname gaat luisteren) maar dat nummer kun je vanuit het buitenland niet bellen.
Als er al een mogelijkheid bestaat om een email te versturen, dan kan het alleen via een berichtenpagina op de website. Je moet je gegevens invullen, je codes, je wachtwoord, een onleesbare verhaspeling van cijfers en letters uitpuzzelen en je bericht mag niet langer zijn dan 17 letters inclusief spaties.

Naturapi heeft ook zo’n website waarbij het niet lukt om simpelweg een email te versturen met een vraag.  Via een omweg weet ik toch een email adres te bemachtigen en deze wordt nog beantwoord ook.

Al langer geef ik de voorkeur aan contact via email boven telefonisch contact. Mensen vergeten graag wat ze tijdens een telefoongesprek hebben beweerd of hebben toegezegd. En met email heb ik tenminste digitaal vastgelegd.  Dat maakt het eenvoudiger om aan te tonen dat de toezegging inderdaad gedaan is.
Bijkomend voordeel is dat ik de Franstalige uitleg met google kan vertalen. Het voorkomt misverstanden.

De dame die mijn emails beantwoord is vriendelijk en behulpzaam. Ze stuurt me een offerte voor de bijenkasten die ik wil hebben met de bijkomende transportkosten.  Ik ga er mee akkoord en het geld wordt overgemaakt – nadat het enige overtuigingskracht vergt om een IBAN nummer te krijgen. Het is me al vaker opgevallen dat Fransen moeilijk doen met het verstrekken van hun internationale banknummer.  Net zoals men in Frankrijk nog steeds een voorkeur heeft voor cheques, terwijl dat elders in Europa inmiddels al is afgeschaft.
Ik krijg een bevestiging binnen van het ontvangst van het geld. Tegelijkertijd wordt me verteld dat de bijenkasten onderweg zijn, maar dat het in verband met de 14 juli niet zeker is of de kasten arriveren op vrijdag de zeventiende of op maandag daarop. Dat vind ik geen onoverkomelijk bezwaar laat ik haar weten, zolang ik maar van tevoren weet wanneer de bijenkasten bezorgd worden, want ik ben niet elke dag thuis.

Vrijdag blijf ik thuis, maar er arriveert geen wagen met de beloofde bijenkasten. Maandag blijf ik opnieuw thuis. Weer geen kasten. Dan toch nog maar eens geïnformeerd.  En opnieuw uitgelegd dat ik het me niet kan veroorloven om nog langer thuis te zitten wachten. Ik wil weten op welke dag de bijenkasten bezorgd worden en of dit ’s morgens of ’s middags gaat gebeuren.  Ik krijg te horen dat dinsdag of woensdag de bijenkasten bezorgd worden.

Na weer twee dagen van tevergeefs thuis blijven overweeg ik de bestelling dan maar af te zeggen. Er zijn andere bedrijven die dezelfde bijenkasten op voorraad hebben.
Mijn emails worden niet meer beantwoord.  Ik vind een ander emailadres, maar ook daarvan krijg ik geen respons.  Op facebook vind ik het bedrijf terug en stuur een personal message. Er komt geen antwoord.

Dan toch maar telefonisch contact gezocht. Er wordt een omslachtig verhaal verteld over hoe de transporteur mijn telefoonnummer nodig heeft. Ik begrijp het niet helemaal; om je te registreren als client bij Naturapi moet je via internet allerlei persoonlijke gegevens verplicht opgeven – waaronder je telefoonnummer. Op basis daarvan ontvang ik ook hun catalogus en hun digitale reclameboodschappen. Dus waarom nu vragen naar mijn telefoonnummer ?
Er wordt toegezegd contact te zoeken met de transporteur. De verwachting is dat de bijenkasten vrijdag bezorgd worden.

Ondertussen wordt duidelijk dat de bijenkasten pas op vrijdag de zeventiende opgehaald zijn door het transportbedrijf. En niet de week daarvoor zoals de vriendelijke dame beweerde. Het was dus niet nodig om op vrijdag de zeventiende of de maandag daarop thuis te blijven, de kasten waren nog niet onderweg. De dame loog tegen me.

Vrijdag laat in de middag zijn de bijenkasten er nog steeds niet. Opnieuw bellen met Naturapi. Die zegt toe om contact te zoeken met de transporteur. Maar er wordt vervolgens niet teruggebeld.
Wederom bellen met Naturapi. Tot mijn verbazing blijkt de transportwagen ergens in het dorp te staan en de chauffeur probeert mijn woning te vinden.    
Opnieuw wachten, maar dan arriveert er inderdaad een enorme vrachtwagen. De wagen blijkt nagenoeg leeg en de bijenkasten liggen ergens voorin.  Ze zijn verpakt in flinterdun plastic. Terwijl de chauffeur ze op een wagentje  wil zetten vallen de bijenkasten met een klap op de grond.  Nooit goed voor bijenkasten – maar helemaal niet voor deze bijenkasten; ze zijn voorzien van glasplaten ! De chauffeur heeft moeite met de kasten en ze vallen nog een paar keer nog voor ze uit de vrachtwagen zijn. Het plastic is inmiddels al gescheurd.
Als de kasten eenmaal in de cour liggen oogt het als een chaos en is het een hele puzzel om te controleren of er schade is en of het compleet afgeleverd is.

Zowel in het bedrijfsleven als bij de overheidsinstanties geldt dat het nooit voorkomt dat er 1 specifiek probleem is.  Wanneer je een probleem signaleert, dan betekent het per definitie dat er ook nog een ander of zelfs meerdere problemen spelen.  Te vaak staat een bedrijf of instantie dan niet open voor kritiek – en dat is op zich al een probleem.

Ondanks alle communicatie apparatuur die de mens nu tot zijn beschikking heeft is dit meer dan ooit het tijdperk van de non-communicatie.


Tom Verhoeven
Auvergne, zomer 2015