woensdag 30 mei 2012

Beltgraven


Het is bevreemdend om herinneringen te hebben aan plekken die niet langer bestaan. In Amsterdam heb ik in een wijk gewoond die in zijn geheel is gesloopt en herbouwd. Ik weet er moeiteloos alles nog te vinden, maar het is er niet meer. De oude straten zijn verdwenen, de huizen zijn weg. Mijn slaapkamer is er niet meer, het balkon waarop ik zo vaak heb zitten lezen is weg, de box waar mijn koga myata stond bestaat niet meer, zelfs mijn fietsroutes naar het rietveld en de polders zijn verdwenen. Ik weet mijn weg in iets dat niet bestaat.
Zo ook Beltgraven. Het vakantieoord Beltgraven bestond sinds de jaren vijftig tot begin jaren tachtig. Het heeft er een tijdje verlaten bij gelegen tot er sloop- en graafmachines verschenen, de oude vakantiehuisjes gesloopt werden en er nieuwe vakantievilla’s in een nieuw landschap gebouwd. Het is nu een Landal vakantiepark. Het enige dat nog herkenbaar is is de weg naar de ingang. Maar als je het terrein oploopt en zoekt naar het vertrouwde pad naar een van je favoriete huisjes dan blijkt het verdwenen. Waar bomen horen te staan is een open plek, er is geen heuveltje meer waarachter je je kan verstoppen, het sparrenbosje waarachter zich dat stille met mos begroeide plekje bevond van waaruit je allerlei dieren kon bespieden is weg. De krentenboompjes kan ik niet meer terugvinden.
Mijn herinneringen kunnen niet langer geplaatst worden in een situatie, spelen niet langer af op een bestaande plek. Zit er nog verschil tussen herinnering en fantasie? Ik heb nog veel weet van wat ik daar heb meegemaakt, en er zijn ook nog een paar foto’s overgebleven, maar had het ook niet een verhaal geweest kunnen zijn dat iemand anders me ooit vertelde?        

Het vertrek
Aan de Prins Hendrikkade bij het Oosterdok lag het koopvaardij opleidingsschip de Pollux. Daar was er een ruim parkeerterrein waar de bussen op zaterdag op ons stonden te wachten. De bussen hadden op de voorruit een markering zodat je wist welke je moest hebben. De koffers en de fietsen werden in een grote vrachtwagen geladen. In het begin had mijn vader nog wel eens de neiging om toe te zien op het laden van de fietsen en koffers. En hij was tot ergernis van de jongens die de wagen laadden niet de enige die een oogje in het zeil wilde houden. Beroepsvervorming van mannen voor wie het laden en lossen van schepen een ambacht was.   

De rit naar de Veluwe was een groot avontuur. De reis leek heel lang te duren en ik bleef gedurende de hele rit kijken of ik de bossen in de verte al zag liggen. Als we dan eindelijk bij de bossen kwamen en de bus voor de binnenwegen koos zat ik op het puntje van mijn stoel. Nog hoor ik in gedachten de takken van de bomen de bus raken. En als dan de bus over de kampweg het recreatie oord Beltgraven binnenreed voelde het alsof ik thuis kwam. Uit de bus stappend was er ineens de geur van het bos. We namen onze jassen en tassen mee en wandelden vervolgens over zandpaden, kaart van het terrein in de hand,  naar het huisje.

De koffers werden met een trekker lang sgebracht. Er liepen wat mannen mee die keken op het kaartje dat aan de koffers hing voor de naam van het huisje en de koffers werden aan de rand van het pad van het huisje neer gezet. Sommige huisjes stonden vlakbij het pad, voor de meer afgelegen huisjes waar wij voor kozen moest vaak wat meer gelopen worden.


De huisjes
Alle huisjes hadden een naam die te maken hadden met een schip. Onze voorkeur; Kompas of Kraaiennest.
Allebei nogal afgelegen huisjes. Naar huidige begrippen waren het eenvoudige en vrij kleine huisjes. De huiskamer diende tevens als ouderlijke slaapkamer door het naar beneden klappen van een tweepersoonsbed. Er waren twee kleine kamers zonder verlichting waar een stapelbed stond. Mijn broer en ik sliepen in een van die kamers, het andere kamertje diende als opslag voor de koffers.

In de huiskamer stond een tafel waaraan vier personen konden plaatsnemen. Als je arriveerde dan stond er op die tafel altijd een bosje bloemen, bij wijze van welkom achtergelaten door de vorige bewoners. Er stond een potkachel aan de zijkant en we hadden een lamp. Een gaslamp die verbonden was aan de gasfles die onder het aanrecht in de keuken stond. Het keukentje bevond zich aan de achterzijde van het huisje en daarnaast was er een betonnen doucheruimte. Ik kan me zelfs geen tegels op de vloer herinneren. Voor het huis was een terrasje waar we konden zitten in grote uitklapbare strandstoelen, het soort stoelen waar je iedere keer weer een gevecht mee hebt om ‘m in- en uit elkaar te klappen, maar die wel lekker zitten. Achter was er een overdekte plek voor de fietsen. Een van eerste taken van de kinderen was het verzamelen van “eikels”, ons woord voor dennenappels. Deze kwamen in die overdekte plek te liggen, waar ze konden drogen. Mijn vader gebruikte ze om de potkachel mee aan te maken. Werkte perfect.   


Het scheerhuisje
Dit was het enige huisje met elektriciteit. Je kon je scheerapparaat in een van de  stopcontacten bij de spiegels aansluiten om je te scheren. Het was het dagelijkse loopje van mijn vader. De plek waar hij zijn collega’s tegen kwam die vaak tegen zijn zin over het werk begonnen. Hij wilde juist even niet denken aan werk en praten over regels en rechten. Even geen vakbondsman zijn.

Marktkramen
Niet ver van de ingang bevonden zich een rijtje geheimzinnige houten schuurtjes. Er zaten luiken voor en als kind kon ik niet bedenken wat dit voor huisjes waren. Het bleken marktkramen te zijn. Elke week kwam daar of een groenteboer of een eierboer zijn waar uitstallen. Soms waren er meerdere handelaren tegelijkertijd en dan was het echt een kleine gezellige markt.    

Vlak daarbij was ook de opslag van de gasflessen. Was een gasfles leeg, dan kon je hem met het daarvoor bedoelde karretje naar de opslagplek rijden en omruilen voor een volle. Er was geen beheerder, dus het omruilen moest je zelf doen. En het opnieuw aansluiten van de fles op het fornuis en geiser deed je ook zelf.


De kantine
Zo noemden we het recreatiegebouw. In de grote zaal was een buffet waar je terecht kon voor een kop koffie of frisdrank, waar ansichtkaarten te koop waren en souvenirs. Er was een ruim terras waar je buiten kon zitten, met een groot plein waar je badminton kon spelen. Op dat terras heb ik voor het eerst koude chocolademelk uit een flesje en de eerste cassis gedronken. In het recreatiegebouw werd op zaterdagavond een film vertoond of er werd een Bingo avond georganiseerd. Op een dag was er ook een dansvoorstelling op het plein voor de kantine; folkloristische dansen. Aan het eind kon iedereen meedoen. Tijd voor jongetjes als ik om me uit de voeten te maken, maar tot mijn verbazing deed mijn moeder enthousiast mee. Dit waren de dansen waar ze mee was opgegroeid.


Bij de kantine hoorde ook een keuken. Als je op zaterdag aankwam dan kon je voor het hele gezin een warme maaltijd bestellen. Bij het ophalen kreeg je dan een rek met een stapeltje pannen mee. De eerste afhaal-maaltijd van mijn leven.   

Dan was er een plek enigszins verborgen waar af en toe een groot vuur werd aangelegd.
Dat vuur maakte grote indruk op me, maar van wat er zich daar nog meer afspeelde heb ik geen herinneringen meer.

Er was een speelplek met een draaimolen, een schommel en een klimrek. Er was ook een pierebad. Met veel watertorren er in! Alleen die watertorren al waren reden genoeg om vaak in en rond het bad te vertoeven.

Het gebouw van de beheerder.
De heer de Graaf was aangesteld als de beheerder van Beltgraven. In mijn herinnering ben ik slechts twee keer in zijn kantoortje geweest. De eerste keer omdat ik een kommetje gebroken had en mijn moeder een nieuwe kwam aanschaffen. En jaren later toen ik samen met mijn broer een fietstocht maakte en we besloten om op Beltgraven te kamperen. Toen bleek de heer de Graaf  bij het inschrijven een heel aardige man, die zich zelfs mijn moeder nog herinnerde, maar in mijn jongere jaren was ik altijd een beetje bang voor hem.

De paden waren van oudsher zandpaden. Maar het laatste jaar dat we er verbleven waren er op de zandpaden puin gestrooid, een soort grove slakken zoals van de hoogovens. Op den duur zouden die door de wekelijkse trekkers wel een keer stuk gereden worden en dan een laagje vormen bovenop het zand. Het idee zal zijn geweest dat het de modderpoelen bij aanhoudende regen zou voorkomen. Maar het liep ongemakkelijk en voor de kinderen was rennen gevaarlijk, als ze een keer struikelden dan lagen ze helemaal open.

Zo bedacht men ook op een keer om een deel van het bos af te zetten met prikkeldraad. Kinderen die al spelend van de paden afdwaalden en door het bos renden zagen het prikkeldraad niet en liepen lelijke verwondingen op in het gezicht.

Vakantie
In die tijd duurde een vakantie verblijf op Beltgraven een week, hooguit twee weken. Meer vakantiedagen had mijn vader niet. Het was de enige gelegenheid van het jaar waar we met onze vader konden voetballen of met onze beide ouders badminton speelden. Soms leerden we een nieuw spel of kochten mijn ouders speelgoed speciaal voor tijdens de vakantie. En we fietsten veel in de omgeving of maakten wandelingen door de omringende bossen.
Maar het aller spannendst waren toch wel de lange zwerftochten die ik alleen of met mijn broer maakten. Een tijd lang wisten onze ouders niet hoe ver we wel niet afdwaalden in het bos. Toen ze tijdens een gezamenlijke wandeling er achter kwamen dat we veel plekken die voor hun nieuw waren al kenden waren ze uiteraard bezorgd. “Zover weg kan ik jullie zelfs niet meer horen”, zei mijn vader. Kort daarop kregen we ieder een scheidsrechtersfluitje. We mochten er niet op fluiten volgens mijn vader, tenzij we hem nodig hadden of verdwaald waren. En een derde fluitje was voor hem, als hij floot betekende het; meteen thuis komen! Dit bleek in de praktijk goed te werken.

Tijdens die zwerftochten leerde ik de bossen steeds beter kennen, ik zag allerlei dieren en planten die ik in de stad natuurlijk nooit te zien kreeg. Mijn interesse in de natuur is tijdens die vakanties op Beltgraven gewekt en sindsdien heb ik altijd terug verlangd naar dat zwerven door de bossen. In de loop der jaren bestonden de meeste van mijn vakanties uit tochten door de natuur, soms te voet, vaker nog op de fiets. En ik denk zelfs dat de beslissing om in de Auvergne te gaan wonen voor een deel bepaald is door mijn jeugdervaringen in Beltgraven.

Tom Verhoeven
Auvergne, lente 2012

19 opmerkingen:

  1. Wat is dit artikel herkenbaar.
    Ik ben als kind, in de jaren 50-60, ook enkele malen op vakantie geweest in Beltgraven.Mij vader werkte toen als hevenarbeider in Amsterdam.
    Ik trok er ook altijd op uit door de bossen. Ik herinner mij ook nog een zandafgraving (de leeuwenkuil) waar ik als kind ook graag speelde. Ik heb erg veel goede herinneringen aan deze vakanties overgehouden die door dit artikel weer naar boven komen.
    Ook ik heb dankzij deze vakanties een grote liefde voor de natuur over gehouden.

    Henk Vormer

    BeantwoordenVerwijderen
    Reacties
    1. Dank je wel voor de leuke reactie ! Het was een mooie plek die bij veel leeftijdgenoten die er een vakantie doorbrachten een diepe indruk heeft achtergelaten. De Leeuwenkuil was inderdaad een prachtige speelplek !
      Ik weet niet precies welke bedrijven een huisje voor hun werknemers beheerden. Ik weet dat de KNSM er een van was. Mijn vader werkte als havenarbeider voor de SHB en al hun huisjes hadden namen die duiden op delen van een schip (kompas, kraaiennest, e.d.). Nogmaals dank, met vriendelijke groet. Tom Verhoeven

      Verwijderen
  2. Tom,

    Wat brengt jouw verhaal ook bij mij een hoop herinneringen boven.
    Mijn vader werkte bij de KNSM. De huisjes van dat bedrijf hadden meisjesnamen (Erika, Marijke e.d.) Volgens mij waren er ook huisjes met vogelnamen, maar dat kan door mijn herinnering misvormd zijn.
    Grappig zoals jij de situatie bij de Pollux beschrijft. Dat herinner ik me ook precies zo.
    Het wisselen van de gasflessen mmoest je aanmelden bij de receptie, want de flessen stonden achter een afgesloten hek.

    Als ik over de A28 tussen Amersfoort en Zwolle rijdt, kijk ik nog altijd uit naar de afslag 't Harde. Dan weet ik namelijk dat ik vlakbij de Leeuwenkuil ben en dus vlakbij veel vakanties uit mijn jeugd.

    Groet,
    Jan Ligthart

    BeantwoordenVerwijderen
    Reacties
    1. Wat een heerlijk verhaal over het voor mij broer en zussen over Beltgraven Onze Vader werkte bij de A D M.Heel veel jaren zijn we op Beltgraven geweest onze huisjes hadden namen van bomen zoals berk beuk
      meidoorn wilg enz De beschrijving van je verhaal is zo kenbaar het is alsof ik er rondloop.Ik ben nu 76 en ook mijn eerste kleinkinderen zijn op Beltgraven geweest.Ook weet ik nog dat mijn Moeder een boodschappen briefje kon inleveren , zodat we bij aan komst de doos konden ophalen.Ik ruik nog de spercibonenals mijn Moeder in het keukentje aan het kokkerellen was.Een heerlijke tijd die we hebben gehad, ook al regende het vaak en dan schreef mnr de Graaf op het info bord rot weer.Met veel plezier gelezen.
      Hartelijke groet Nettie Winters van Balen

      Verwijderen
  3. Ook mijn vader werkte bij de ADM, dus wij hadden de bomennamen. Alles is zo herkenbaar, krijg er heimwee van.

    BeantwoordenVerwijderen
  4. Wow, zo leuk om te lezen, mijn vader werkte ook in de haven bij de SHB. En alle namen van de huisjes hadden idd met een schip te maken. Als je als werknemer langere tijd ziek was, kwam je in het huisje de Ziekenboeg, en daar mocht je volgens mij 3 weken blijven. Helemaal achterin was er de berenkuil, daar konden we wilde bramen plukken, ik heb er een hoop schrammen aan overgehouden. Ook ik ben daar een aantal jaren geleden naar terug gegaan en dat was eigenlijk toen al zo goed als onherkenbaar. Een super leuke tijd en mooie herinneringen. Bedankt voor het delen. Groetjes Astrid

    BeantwoordenVerwijderen
  5. Wij noemden het de Leeuwenkuil en bij ziekte mochten wij in voor en najaar 14 dagen gratis. Mooie tijden

    BeantwoordenVerwijderen
  6. Vond ik toch net, tussen de spullen van mijn overleden moeder, een bonnetje van Beltgraven! Op internet meteen gezocht, wat een herinneringen, prachtig. Leuk jouw verhaal.
    Wij zaten in "bungalow" Combina, van 12-8-1978 tm 26-8-1978. Daarvoor ook, maar daar heb ik geen gegevens van, wel herinneringen!

    BeantwoordenVerwijderen
  7. Zeker allemaal herkenbaar..mijn vader werkte ook bij a d m .. er was ook een zwembad ... zo jammer dat het weg is... denk er vaak aan terug

    BeantwoordenVerwijderen
  8. Prachtig en heel herkenbaar verhaal. Zo gingen wij ook vele jaren
    naar Belgraven. Wij woonden in een zijstraatje van de Prins Hendrikkade. De huisjes vonden we mooi, en vooral de doucheruimte met het houten vlondertje, thuis hadden we geen douche. Ik kan mij nog zoveel herinneren. Dank voor het mooie verhaal.
    het houten vlondertje, thuis hadden we geen douche

    BeantwoordenVerwijderen
  9. Ik ben net terug van een weekje Landal t Loo,maar nog altijd is t daar heerlijk. Je ruikt de geur van vroeger en ook zijn er nog wel herkenningspunten. De grote schuur is er nog en ook de witte villa. Nu is het veel luxer, maar als ik echt kon kiezen dan terug naar vroeger.

    BeantwoordenVerwijderen
  10. Wat een heerlijke verhalen. Wij zaten altijd in huisje Tony of Marianne, de laatste had mijn voorkeur. In de kampvuurkuil werden liedjes gezongen door een man met gitaar, ik herinner mij "Sari Marijs".
    Op mijn 16e werd ik er verliefd op Rob, nooit meer gezien maar die verliefdheid is nooit overgegaan.
    Tiny Mars

    BeantwoordenVerwijderen
  11. Ik heb zoveel herinneringen aan begraven ben er opgegroeid mijn vader werkte bij het A.H.B inde haven en zaten in huisje de Gentiaan of Clematis en later met de bungalow tent dicht bij de zandverstuiving en dan weer op het oude voetbalveld en wie heeft nog de schiet oefeningen meegemaakt aan de andere kant van de snelweg en het zwembad en het winkeltje wat nooit iets had of net uitverkocht was

    BeantwoordenVerwijderen
  12. Mijn vader werkte bij de ADM, mijn ouders waren dolblij als ze een huisje hadden geloot. Het hele jaar sparen om het te kunnen betalen. Daar is mij de liefde voor de Veluwe bijgebracht als klein jochie. Ook zwemmen heb ik daar geleerd.
    Het was geweldig.

    BeantwoordenVerwijderen
  13. Wat leuk dat ik dit tegen kwam ais je in een tijd machine zit.
    Mijn vader werkte bij de SHB als reepgast en ik mocht met mijn broes mee jeugd kamp van de SHB een week in groten tenten fijne tijd.
    twee weken in een huisje als me vader werd in geloot me ouders hebben dit jaren gedaan was ook zo goed een douche was zo lux hadden we thuis niet en zwemmen de bad kuip later een nieuw verwarmt zwembad
    Ik als jongen hielp graag meneer van de Akker met klusjes mocht mee in de willy jeep en stoelen klaar zetten in de kantine voor d e film.
    Later ben ik zelf ook in de haven gaan werken eerst bij de VCK en later bij de SHB ook huisjes gehuurd onze kinderen genoten daar ook zo later met een bungalow tent toen een staan caravan tot de laatste dag dat het opgeheven werd.
    Mijn vrouw en ik gaan nog regelmatig naar het Landal het Loo weet nog waar de huisjes stonden en waar de caravan stond achter bij het brand hek ja toen ik dit stuk over Beldgraven las klopten het helen maal zo leuk
    Dank voor het stuk over een niet te vergeten tijd zo wel voor mijn en onze kinderen
    Vriendelijke groet Rob Souer

    BeantwoordenVerwijderen
  14. Ja ik weet ook nog van het kampvuur met een man op een gitaar en ja Sari Marijs Het was altijd op vrijdag avond voor de vertrekkende gaste de leeuwen kuil stond toen nog water in kikker visjes vangen en weer terug zetten
    en Tiny ja ik heet Rob maar dit zal wel heel toevallig zijn ben nu 68 jaar en we hebben met mijn ouders heel wat jaren met de vakantie daar door gebracht.
    vriendelijke groet rob souer

    BeantwoordenVerwijderen
  15. In de jaren 70 jaarlijks met mijn ouders (vader werkte bij de ADM) naar Beltgraven. Ook mijn oom (ook ADM) met zijn gezin huurde daar een huisje. Af en toe dreunen van het schieten bij het infanterie schietkamp n 't Harde. Enorme boswandelingen, bingo en film in de kantine. Mensen wat was het daar gezellig. Gewone mensen zonder poeha. 's avonds lekker in je stapelbedje en smorgens weer eekkhoorntjes spotten. Ben gisteren langs gereden, is nu een bungalowpark en de sfeer is foetsie, helaas.

    BeantwoordenVerwijderen
  16. Wat leuk om dit te lezen. Wij zijn er drie keer geweest. De huisjes waar wij zaten heette dieptank bramra en luikhoofd. Mooie tijd gehad. Dick

    BeantwoordenVerwijderen
  17. Heerlijke vakantie gehad op beltgraven. Er was een zwembad net een badkuip en erg koud. Met mijn moeder op vrijdagavond naar eensoort kuil waar gezongenwerd geweest mijn vader bleefbij mijn jongere broertjes zijn we verdwaald in het donker ik was heel bang want er was een streekverhaal verteld iets met witte wiefen.

    BeantwoordenVerwijderen